ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9714
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-03-2011 · zaaknummer AWB 10/13399
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft het relaas niet geloofwaardig geacht omdat eiseres haar verklaringen over de gebeurtenissen grotendeels baseert op vermoedens, aannames en verklaringen van derden. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het beleid en de aangehaalde jurisprudentie van de Afdeling wel worden afgeleid dat aan de door de vreemdeling gestelde feiten ontleende vermoedens geconcretiseerd en onderbouwd moeten worden en dat ze een voldoende realiteitsgehalte moeten hebben, maar niet dat het enkele feit dat (delen van) een asielrelaas (mede) zijn gebaseerd op vermoedens, aannames en verklaringen van derden, reeds kan gelden als onderbouwing van het oordeel dat het asielrelaas een positieve overtuigingskracht ontbeert. Blijkens dat beleid en die jurisprudentie moet immers niet worden beoordeeld of sprake is van niet gestaafde vermoedens, maar of die niet gestaafde vermoedens een voldoende realiteitsgehalte hebben. Daarbij overweegt de rechtbank dat het feit dat eiseres een gebeurtenis niet zelf heeft gezien niet kan worden tegengeworpen omdat indien zij de gebeurtenis wél zou hebben gezien, geen sprake zou zijn van een ‘vermoeden’. Evenmin kan worden geëist dat het vermoeden met harde bewijzen zou zijn onderbouwd, omdat in dat geval geen sprake zou zijn van een ‘ongestaafd’ vermoeden. Voor zover verweerder zich dus op deze tegenwerpingen baseert, kan hij daarin niet gevolgd worden. Voor zover verweerder heeft beoogd te stellen dat in dit geval sprake is van zoveel vermoedens dat, hoewel de vermoedens op zich wel realistisch zijn, het samenspel van al die vermoedens maakt dat positieve overtuigingskracht ontbeert, overweegt de rechtbank dat in beginsel voorstelbaar is dat een asielrelaas in zo’n ruime mate op vermoedens is gebaseerd dat reeds daarom het relaas een positieve overtuigingskracht ontbeert. Daarvan zal, indien elk afzonderlijk vermoeden wel realistisch is, echter niet snel sprake zijn en een dergelijk standpunt zal dan ook deugdelijk moeten worden gemotiveerd. Dat heeft verweerder in het onderhavige geval niet gedaan, nu hij slechts is ingegaan op de ongeloofwaardigheid van de individuele vermoedens. Hetgeen verweerder ter zitting aanvullend heeft aangevoerd kan niet leiden tot het in stand laten van de rechtsgevolgen nu verweerder bij brief van 13 oktober 2010 heeft laten weten dat hij de in het bestreden besluit opgenomen motivering ten aanzien van het beroep van eiseres op artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn niet langer handhaaft, zonder daar nog een nieuwe motivering voor in de plaats te stellen, zodat reeds om die reden geen grond bestaat om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
