ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9601
Rechtbank 's-Gravenhage · 15-03-2011 · zaaknummer AWB 09/43325
Inhoudsindicatie
In beroep heeft eiseres zich onder meer op het standpunt gesteld dat zij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM vanwege problemen die zich in Nederland hebben voorgedaan tussen haar en haar echtgenoot. Ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat hetgeen eiseres in beroep naar voren heeft gebracht, niet bij de beoordeling kan worden betrokken. Als argument daarvoor heeft verweerder genoemd dat eiseres pas recent vrees voor eerwraak naar voren heeft gebracht en dat zij een nieuwe aanvraag moet indienen om die grond beoordeeld te zien. Artikel 83, derde lid, Vw 2000 verzet zich ertegen om de gestelde vrees voor eerwraak in deze procedure te betrekken, aldus verweerder. De rechtbank overweegt het volgende. Met ingang van 1 juli 2010 is artikel 83 Vw 2000 gewijzigd. De wetgever heeft blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van groot belang geacht dat zoveel mogelijk gegevens worden betrokken in de lopende procedure. Daarbij staan het belang van een zorgvuldige besluitvorming en de bevordering van een effectieve geschillenbeslechting voorop. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de door eiseres in beroep ingebrachte gegevens relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning van eiseres en haar minderjarige kind, zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 83 Vw 2000, zal de rechtbank bij de beoordeling van het beroep daarmee rekening houden. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de goede procesorde zich daartegen verzet, of dat de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet heeft beoordeeld of de feiten en omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar gestelde vrees voor eerwraak geloofwaardig zijn. Zo heeft verweerder geen oordeel gegeven over de geloofwaardigheid van haar stelling dat zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld en daarvan aangifte heeft gedaan, dat haar echtgenoot als gevolg daarvan gedetineerd is geweest en een huisverbod opgelegd heeft gekregen en dat hij eiseres heeft bedreigd. Verweerder heeft zich evenmin uitgelaten over de geloofwaardigheid van de verklaring van eiseres over de dreigementen die haar schoonvader zou hebben geuit. Tussen partijen staat vast dat de echtgenoot van eiseres niet langer met haar samenleeft en is teruggekeerd naar Irak. Eiseres heeft onder meer betoogd dat het enkel niet langer samenleven met haar echtgenoot voor haar reeds een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM meebrengt. Verweerder heeft nagelaten te beoordelen of de vrees van eiseres voor wat haar bij terugkeer te wachten staat – mede in het licht van de algemene informatie over Centraal-Irak waarnaar zij heeft verwezen – plausibel is en, zo ja, of de autoriteiten in haar land van herkomst in het algemeen bescherming kunnen bieden. Verweerder heeft volstaan met het verrichten van onderzoek naar de authenticiteit van de door eiseres overgelegde vogelvrijverklaring. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder door te stellen dat de authenticiteit van dat document niet kan worden vastgesteld onvoldoende gemotiveerd dat eiseres niet op grond van artikel 29, aanhef en onder b,Vw 2000, in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, nu deze vogelvrijverklaring slechts één van de elementen is waarmee eiseres haar vrees voor eerwraak heeft onderbouwd. Het beroep is gegrond. Het besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met het bepaalde in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Rechters
Advocaten
- J. Hofstede
- J.P.M. Wuite
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
