Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9523

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-03-2011 · zaaknummer AWB 11/7673

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Zicht op verwijdering naar China binnen een redelijke termijn ontbreekt Samenvatting: In de uitspraken van 9 augustus 2010 in zaaknrs. 201005930/1/V3 en 201006274/1/V3 (www.raadvanstate.nl) heeft de Afdeling overwogen dat zicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn niet langer ontbreekt. De Afdeling heeft daartoe, voor zover thans van belang, overwogen dat de Chinese autoriteiten in mei 2010 toezeggingen hebben gedaan voor de afgifte van 18 laissez passer en inmiddels voor 17 van de desbetreffende vreemdelingen de toegezegde laissez passer hebben verstrekt. Daarmee is sprake van een belangrijke aanwijzing voor het intreden van een structurele verandering in de opstelling van de Chinese autoriteiten, aldus de Afdeling. Onweersproken is dat de Chinese autoriteiten sindsdien geen nieuwe laissez passer (lp) hebben afgegeven, ook niet indien de aanvragen vergezeld zijn gegaan van een kopie van een identiteitsbewijs/paspoort. Uit de uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2011 volgt dat er in ieder geval acht lp-aanvragen voorzien van een kopie van een identiteitsbewijs/paspoort zijn ingediend bij de Chinese autoriteiten in de periode van juni tot oktober 2010. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting van de rechtbank desgevraagd aangegeven niet over meer informatie te beschikken dan de informatie die is verwoord in de brief van verweerder van 7 maart 2011 aan de nevenzittingsplaats Zwolle. Een concrete datum in maart 2011 waarop het overleg met de Chinese autoriteiten zal plaatsvinden, heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd niet kunnen noemen. Evenmin heeft gemachtigde van verweerder kunnen aangeven waarop de verwachting is gebaseerd dat het overleg in maart 2011 zal plaatsvinden. De rechtbank stelt vast dat er sinds 11 november 2010 geen overleg meer is geweest tussen verweerder en de Chinese autoriteiten. De door verweerder verstrekte inlichtingen zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van een concreet zicht op overleg tussen verweerder en de Chinese ambassadeur in maart 2011. Van verweerder mag worden verwacht dat hij daarover meer (concrete) informatie kan verstrekken, te meer nu ruim de helft van de maand maart inmiddels is verstreken. Het voorgaande brengt mee dat er onvoldoende grond is voor het oordeel dat thans nog sprake is van intensieve en vruchtbare contacten met de Chinese autoriteiten. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat niet langer de redelijke verwachting dat deze autoriteiten binnen een redelijke termijn opnieuw zullen overgaan tot het afgeven van één of meer lp’s, bijvoorbeeld ten behoeve van eiser. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zicht op verwijdering van eiser binnen een redelijke termijn ontbreekt.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.