Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7856

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-03-2011 · zaaknummer AWB 10-28984

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar uit het advies van het BMA van 23 november 2009 blijkt, is de vraagstelling er op gericht om te beoordelen of verwijdering van eiser schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) tot gevolg heeft. De vraagstelling in voornoemd rapport bevreemdt, omdat verweerder al had vastgesteld dat terugkeer van eiser naar Algerije leidt tot schending van artikel 3 EVRM en hij zich ook niet in een ander land kan vestigen. De formulering is ook niet begrijpelijk gelet op verweerders toelichting ter zitting, dat per geval individueel beoordeeld wordt of sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van het hier toepasselijke beleid. Een op de medische situatie van eiser toegespitste vraagstelling had dan ook voor de hand gelegen. Daarmee zou verweerder duidelijkheid hebben kunnen verkrijgen met betrekking tot de vraag of er, zoals door eiser gesteld en met medische stukken onderbouwd, een verband is tussen de omstandigheden waaronder eiser als gevolg van de ongewenstverklaring in Nederland verblijft en de onmogelijkheid van (adequate) behandeling van eiser. Met die informatie zou verweerder vervolgens deugdelijk kunnen beoordelen of sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het handhaven van de ongewenstverklaring disproportioneel is. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder bij de voorbereiding van het bestreden besluit niet de nodige kennis vergaard omtrent de relevante feiten en daarmee onzorgvuldig gehandeld. In het advies van BMA is vermeld dat eiser lijdt aan een posttraumatische stressstoornis met onder meer klachten van depressie. Deze vaststelling is niet in overeenstemming met de door eisers behandelaar verstrekte informatie. Daarin is namelijk sprake van een posttraumatische stressstoornis en een depressieve stoornis. Deze laatstgenoemde stoornis betreft volgens de door eisers behandelaar ter zitting gegeven toelichting, anders dan depressieve klachten, een ziektebeeld. Daarnaast wordt er in het advies van BMA geen melding van gemaakt dat eiser, naast het medicijn mirtazepine, ook het anti-epilepticum topimarate gebruikt. In het BMA-advies is verder vermeld dat een posttraumatische stressstoornis geen ongeneeslijke ziekte is en er bovendien sprake lijkt te zijn van een stabiele situatie. Door eiser is terecht betoogd dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling het lijden aan een ongeneeslijke ziekte niet het criterium is voor de beoordeling of de medische situatie van een vreemdeling schending van artikel 3 EVRM oplevert en in zoverre door BMA ten onrechte volstaan is met het onderzoek of eiser aan een ongeneeslijke ziekte lijdt. Voorts zijn de bevindingen van BMA op dit punt door eisers behandelaar in diens brief van 1 februari 2010, onder c., gemotiveerd betwist. Tenslotte heeft BMA geconcludeerd dat er een grote kans op zelfmoord bestaat, maar de ziekte op zich niet zal leiden tot een onomkeerbaar proces naar de dood. Kennelijk heeft BMA hier de ziekte posttraumatische stressstoornis op het oog. Eisers behandelaar heeft evenwel aangegeven dat zonder (adequate) behandeling het niet denkbeeldig is dat eiser zal overlijden aan een suïcidale handeling, voortkomend uit zijn depressieve stoornis. Laatstgenoemd ziektebeeld is door BMA niet in de advisering betrokken, zoals hierboven is vastgesteld. Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat met de reactie van eisers behandelaar in diens brief van 1 februari 2010 concrete aanknopingspunten zijn gegeven voor twijfel aan de volledigheid van het advies van het BMA. Verweerder heeft dat advies daarom niet aan het bestreden besluit ten grondslag kunnen leggen.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.