ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7704
Rechtbank 's-Gravenhage · 03-03-2011 · zaaknummer 382368 FA RK 10-9903
Inhoudsindicatie
De moeder heeft betoogd dat zij op grond van het Hongaarse recht pas na ommekomst van één jaar na vertrek met de minderjarige uit Hongarije toestemming van de vader behoeft om met de minderjarige in het buitenland te verblijven. De rechtbank gaat voorbij aan deze jaarstermijn, nu de intentie van de moeder van meet af aan was, dat zij voor langere tijd met de minderjarige buiten Hongarije zou verblijven. Derhalve was toestemming van de vader, voorafgaand aan het vertrek van de minderjarige naar het buitenland, op grond van de Hongaarse wet, op voorhand vereist. Het beroep van de moeder op de weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 van het Haagse Verdrag - gevaar of ondragelijke toestand - wordt verworpen nu hiervan niet is gebleken. De rechtbank acht het voorts onvoldoende aannemelijk dat het (nieuwe) gezinsleven van de moeder onmogelijk naar Hongarije verplaatst zou kunnen worden, althans dat zulks in deze omstandigheden in redelijkheid niet van haar gevergd zou kunnen worden. Het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de minderjarige naar Hongarije wordt toegewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- D.E.J. Maes
- E.C.M. van Schie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
