Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7265

Rechtbank 's-Gravenhage · 08-03-2011 · zaaknummer AWB 10/31864

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: geloofwaardigheid, zienswijze, artikel 42, derde lid Vw 2000 Samenvatting: Verweerder heeft het geloofwaardigheidsoordeel onvoldoende gemotiveerd omdat een groot deel van het relaas geloofwaardig wordt bevonden en ten aanzien van dat deel dat niet geloofwaardig wordt bevonden slechts wordt gesteld dat het relaas is gebaseerd op vermoedens en verklaringen van derden. Dat geeft onvoldoende duidelijk aan waarom van het relaas positieve overtuigingskracht uitgaat. Voorts is daarbij onvoldoende op de zienswijze ingegaan. In de zienswijze van 11 augustus 2010 heeft eiser gesteld dat de inval in het ouderlijk huis en het kwijtraken van de portemonnee bij de demonstratie aldus in samenhang bezien voldoende is om aannemelijk te achten dat eiser bekend is bij de autoriteiten. Hij heeft immers van diverse familieleden, dus niet alleen van de persoon bij wie hij ondergedoken heeft gezeten, van de inval in zijn ouderlijk huis gehoord. Eiser is hierover door zijn aangetrouwde oom Taher Masoumi en zijn oom Tahsin geïnformeerd, zo stelt hij in de zienswijze. Verweerder heeft in het bestreden besluit op deze zienswijze gereageerd door te overwegen dat sprake is van een op eigen vermoeden en verklaringen van derden gebaseerde stellingen, hetgeen geen blijk geeft van positieve overtuigingskracht, zodat in alle redelijkheid in het voornemen geen waarde aan de verklaringen van eiser is gehecht. De rechtbank stelt voorop dat in het bestreden besluit niet dient te worden beoordeeld of hetgeen in het voornemen is gesteld in redelijkheid gehandhaafd mag worden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat deze motivering, tegenover hetgeen in de zienswijze is gesteld, onvoldoende is. Dat sprake is van een vermoeden van eiser en verklaringen van derden is op zichzelf juist, doch leidt niet tot het oordeel dat reeds daarom geen sprake is van positieve overtuigingskracht van het asielrelaas, in die zin dat de enkele constatering dat sprake is van vermoedens en verklaringen van derden niet duidelijk maakt op welke wijze van het relaas geen positieve overtuigingskracht uitgaat. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de deelname aan de demonstratie en het kwijtraken van de portemonnee, met de nationale identiteitskaart en rijbewijs, alsmede het kwijtraken van het jack alswel de wijze waarop, geloofwaardig wordt geacht. Ook is niet ingegaan op de stelling van eiser in de zienswijze dat hij niet van één bron doch van meerdere bronnen over de inval in zijn ouderlijk huis heeft gehoord. Dit betekent dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Voorts is van belang dat verweerder ten onrechte de door eiser op 13 augustus 2010 ingebrachte, aanvullende zienswijze niet bij het besluit heeft betrokken. Uit de door eiser ter zitting overgelegde stukken blijkt immers dat verweerder deze aanvullende zienswijze tijdig heeft ontvangen. Dat, zoals verweerder stelt, de aanvullende zienswijze slechts een herhaling is van hetgeen in de zienswijze naar voren is gebracht, is reeds onjuist omdat in deze aanvullende zienswijze een beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt gedaan.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • Minister voor Immigratie en Asiel Immigratie- en Naturalisatiedienst

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.