ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5956
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-02-2011 · zaaknummer AWB 10/18980
Inhoudsindicatie
Samenvatting: Verweerder heeft aan eiser, afkomstig uit Bagdad, artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen op grond van de verklaringen die eiser in het kader van zijn asielaanvraag heeft afgelegd over zijn militaire verleden. Eiser heeft verklaard werkzaam te zijn geweest als: hoofd van afdeling 4 binnen de Militaire Veiligheidsdienst (‘al Amn al Áskari’) in de rang als brigadegeneraal (‘ameed’) in de Iraakse leger, gedurende de periode van januari 1989 tot april 1991 en hoofd van de Militaire Politie (‘amer al indibath al Áskari’), gedurende de periode van april 1994 tot april 1998 in de rang van generaal majoor (‘liwa roekon’). Daarnaast heeft verweerder bij zijn standpunt dat sprake is van een 1F situatie betrokken dat eiser gedurende de periode van 1985 tot 2001 deelnemend afdelingslid (‘Oudo Farqa Muhareq’) is geweest van de Baathpartij. Verweerder heeft geloofwaardig bevonden dat eiser deze functies heeft bekleed. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder zich, gelet op de hiervoor genoemde functies van eiser in het Iraakse leger en zijn lidmaatschap van de Baathpartij, op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van ‘knowing and personal participation’. De motivering van verweerders standpunt kan de rechterlijke toets doorstaan. Ook eisers beroep op artikel 3 van het EVRM/artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn faalt. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
