ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5772
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-02-2011 · zaaknummer 386295 - KG ZA 11-111
Inhoudsindicatie
Voorshands is gebleken dat de Staat onrechtmatig handelt jegens eiser door de vervangende hechtenis (verder) ten uitvoer te leggen. De voorzieningenrechter overweegt dat als heersende leer van de Hoge Raad heeft te gelden dat, indien uit enig in het dossier aanwezige stuk aan een rechter of aan een andere justitiële autoriteit blijkt dat de verdachte is voorzien van rechtsbijstand door een raadsman, deze raadsman als zodanig behoort te worden erkend (HR 18 februari 1997, NJ 1997, 517 en HR 12 februari 2002, LJN: AD7846). Om die reden had het CJIB na de brief van mr. Van Gils d.d. 10 mei 2005 hem antwoord dienen te geven op de door hem namens zijn cliënt gestelde vragen, onder meer ten aanzien van een betalingsregeling. Dat het CJIB zich daarvan bewust was, blijkt uit de brieven van het CJIB d.d. 19 mei 2005 en 17 augustus 2005, waarin het aankondigt nader bericht te sturen.
Rechters
Advocaten
- E.J. van Gils
- R. Gardeslen
- W.M. Szabo
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
