ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5171
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-02-2011 · zaaknummer 10/1587
Inhoudsindicatie
Belanghebbende, zeevisser, werkt als grensarbeider in België. Overeenkomstig de Belgische wetgeving worden met zeevissers slechts contracten afgesloten voor een bepaalde tijd, namelijk steeds voor de duur van een zeereis. Belanghebbende heeft in 2005 contracten gehad bij verschillende Belgische reders. In geschil is of belanghebbende recht heeft op de bijzondere compensatieregeling van artikel 27, lid 2, van het Verdrag met België. Bij puur tekstuele uitleg zou belanghebbende zijn recht op toepassing van de compensatieregeling hebben verloren na elke zeereis. De rechtbank acht juist dat de inspecteur de opeenvolgende dienstbetrekkingen bij rederij A feitelijk heeft aangemerkt als één doorlopende dienstbetrekking en de compensatieregeling heeft verleend. Nu niet in geschil is dat het de intentie van belanghebbende was om te blijven werken en dat het initiatief van het beëindigen van de werkzaamheden bij rederij A lag moet het moment waarop de rederij de samenwerking definitief beëindigt worden aangemerkt als een “volledig en onvrijwillig ontslag” als bedoeld in het besluit van 1 juli 2009, nr CCP2009/1120M. Een dergelijke uitleg doet recht aan de intentie van de regeling.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
