ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5110
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-02-2011 · zaaknummer AWB 10/37899 BEPTDN
Inhoudsindicatie
De situatie van huiselijk en relationeel geweld is in Nederland toegenomen en geëscaleerd, hetgeen tussen partijen niet in geschil is, ook is het karakter van het (dreigende) geweld wezenlijk anders geworden. Gelet hierop is sprake van een nieuw feitencomplex. Gelet op het onomkeerbare karakter van artikel 3 van het EVRM vergt het onderzoek naar het reële risico op schending van deze bepaling van de zijde van verweerder een ‘rigourous scrutiny’ (Jabari tegen Turkije). Gelet op de genoemde omstandigheden en het feit dat vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk (en seksueel) geweld door het EHRM worden aangemerkt als ‘vulnerable individuals’ die ‘are entiteld to State protection, in the form of effective deterrence, against such serious breaches of personal integrity’ (EHRM, Opuz tegen Turkije) kon verweerder zich niet zonder nader onderzoek en nadere motivering op het standpunt stellen dat voor eiseres afdoende bescherming tegen een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM in Armenië voorhanden is.
Rechters
Advocaten
- U. Koopmans
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
