Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4007

Rechtbank 's-Gravenhage · 26-01-2011 · zaaknummer AWB 10-26008

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

opheffing SIS signalering, gegrond vanwege schending hoorplicht, rechtsgevolgen in stand laten, geen gewijzigde omstandigheden als bedoeld in A3/9.6.3.1 Vc, België verantwoordelijk Wetsartikelen: artikel 25, 105 en 134 SUO, richtlijn 2004/38/EG, A3/9.6.3.1 Vc Samenvatting: Aan de orde is de vraag of verweerder de verzochte opheffing van de SIS-signalering van eiser terecht heeft geweigerd. Voor beantwoording van die vraag is van belang of er in dit geval sprake is van gewijzigde omstandigheden die verweerder tot opheffing van deze signalering hadden moeten nopen. De rechtbank stelt vast dat niet is gesteld of gebleken dat in het geval van eiser sprake is van de expliciet in paragraaf A3/9.6.3.1 van de Vc genoemde gewijzigde omstandigheden. Blijkens de tekst van deze paragraaf betreft het hier echter een niet limitatieve opsomming. Onderzocht moet derhalve worden of door eiser gestelde omstandigheden moeten worden aangemerkt als ‘gewijzigde omstandigheden’ in vorenbedoelde zin. Naar het oordeel van de rechtbank is de omstandigheid dat eiser zich ten tijde van het verzoek om opheffing van de SIS-signalering bij zijn Nederlandse echtgenote in België – als gastland in de zin van de Richtlijn – heeft gevoegd op zichzelf niet aan te merken als een dergelijke gewijzigde omstandigheid Het vorenstaande betekent dat eiser zich tot België, als gastland, dient te wenden ter effectuering van zijn – van zijn echtgenote afhankelijke – recht op vrij verkeer. België zal dienen te beoordelen of eiser aan de Richtlijn aanspraak op toelating en verblijf ontleent Indien de Belgische autoriteiten tot de conclusie komen dat eiser geen ernstige bedreiging vormt als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Richtlijn, en aan eiser door België verblijf wordt verleend op grond van het Unierecht, dient Nederland, op grond van artikel 25, eerste lid, van de SUO, over te gaan tot intrekking van de signalering in het SIS. Pas indien de echtgenote van eiser voornemens is vanuit België naar Nederland terug te keren en eiser haar daarbij wil begeleiden, is in beginsel, artikel 3, eerste lid, van de Richtlijn van toepassing. Eerst dan dient verweerder, in het kader van een verzoek daartoe, aan de hand van het Unierechtelijke openbare orde-criterium te beoordelen of de ongewenstverklaring van eiser en bijgevolg diens SIS-signalering dient te worden opgeheven. Deze situatie is echter thans niet aan de orde. De stelling ter zitting dat de Belgische autoriteiten hebben nagelaten te beoordelen of eiser verblijf ontleent aan de Richtlijn is niet nader onderbouwd. Afgezien daarvan levert ook dit naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het vorenstaande, geen omstandigheid op die verweerder ertoe had moeten nopen de SIS-registratie van eiser op te heffen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Rechters

Advocaten

  • G.G.A.J. Adang

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Minister van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.