ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3556
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-02-2011 · zaaknummer AWB 10/4268 & AWB 10/4274
Inhoudsindicatie
Uit de geciteerde passages blijkt dat iedere Oeigoerse man die bij de controle op 6 juli 2009 in de Oeigoerse regio van Urumqi werd aangetroffen, is meegenomen. Deze controles duurden op kleinschaliger basis voort tot eind juli 2009. Volgens getuigen werden wijken afgesloten terwijl de veiligheidsdiensten op zoek waren naar jonge Oeigoerse mannen. In andere gevallen zijn de veiligheidsdiensten achter iedere jonge man aan gegaan die zij konden pakken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich, gelet op de informatie in deze passages, niet zonder nadere motivering op het standpunt kunnen stellen dat eiser bij terugkeer niet in de negatieve belangstelling van de autoriteiten zal staan. Uit de rapportage van Human Right Watch blijkt niet dat sprake moet zijn van een specifiek op eiser gerichte verdenking om opgepakt te worden. Het zijn van een Oeigoerse man uit de Oeigoerse regio van Urumqi is daartoe voldoende. De beroepsgrond treft doel. Beroep gegrond
Rechters
Advocaten
- E.J.H.J. van Roosmalen
- J.J. Wedemeijer
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Justitie, voorheen de staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Justitie, voorheen de staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
