Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2248

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-01-2011 · zaaknummer AWB 10/21485

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: vermoedens, aannames, veronderstellingen, geloofwaardigheid, zwaarwegendheid Samenvatting: Vermoedens die deel uitmaken van de gebeurtenissen in het verleden, dienen te worden getoetst in het kader van de geloofwaardigheid. De beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas betreft, volgens paragraaf C14/3.1 van de Vc 2000, een beoordeling van de verklaringen omtrent de door eiser gestelde feitelijke gebeurtenissen, alsmede de daaraan ontleende vermoedens. In deze paragraaf zijn als vermoedens aangeduid toekomstige gebeurtenissen die zich, op grond van in het verleden voorgevallen gebeurtenissen, met een redelijke mate van waarschijnlijkheid zullen voordoen. Aannames van eiser gebaseerd op de door hem gestelde gebeurtenissen in het verleden zijn aangeduid als veronderstellingen. Vermoedens die deel uitmaken van de gebeurtenissen in het verleden, in termen van de Vc 2000 veronderstellingen, dienen te worden getoetst in het kader van de positieve overtuigingskracht van het asielrelaas. Vermoedens over wat eiser bij terugkeer te wachten staat, worden getoetst in het kader van de vraag of deze – in het licht van de geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden in het verleden – reëel en daarmee plausibel te achten zijn en vervolgens of deze voldoende zwaarwegend zijn voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling 21 juli 2009 (zaaknr. 200805962/1, JV 2009,378). Naar de rechtbank begrijpt heeft verweerder het realiteitsgehalte van de vermoedens van eiser in het bestreden besluit, anders dan in het voornemen, niet in het kader van de geloofwaardigheid beoordeeld, maar in het kader van de vraag of deze reëel en daarmee plausibel en vervolgens of deze voldoende zwaarwegend zijn. Verweerder heeft bij de beoordeling geen onderscheid gemaakt tussen de veronderstellingen van eiser en de vermoedens over wat hem bij terugkeer te wachten staat. Door de aanvraag van eiser aldus te beoordelen heeft verweerder niet onderkend dat het asielrelaas zowel de verklaringen van eiser over gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, als zijn daaraan ontleende vermoedens, zijn veronderstellingen, omvat. Verweerder had naast de gestelde feitelijke gebeurtenissen ook diens van het asielrelaas deel uitmakende veronderstellingen op geloofwaardigheid behoren te beoordelen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.