ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1569
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-01-2011 · zaaknummer AWB 10-44908
Inhoudsindicatie
Bewaring, vervolgberoep, terugkeerrichtlijn, Kolpinghuis Vw 59, 62 96; Terugkeerrichtlijn 8, 15; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie 47 Samenvatting: Uit artikel 8 van de Tri volgt eenduidig dat voorbereiding van terugkeer en verwijdering in het kader van de Tri de uitvoering van een terugkeerbesluit is. In artikel 15 Tri is dwingend bepaald dat de maatregel van bewaring alleen kan worden opgelegd om de terugkeer van de desbetreffende vreemdeling voor te bereiden of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Dit systeem komt er naar het oordeel van de rechtbank op neer dat aan de bewaring, tenzij een uitzondering in artikel 6, tweede tot en met vijfde lid, Tri zich voordoet, of de Tri niet van toepassing is, steeds een terugkeerbesluit ten grondslag moet liggen, nu immers de enige twee toegestane doelen van de bewaring de uitvoering van een terugkeerbesluit inhouden. Verweerders betoog dat een terugkeerbesluit niet nodig is omdat iemand ook op een andere basis in bewaring kan worden gesteld, is onvoldoende om hierover anders te oordelen. Verweerder heeft niet gespecificeerd in het kader welk ander regime dan de Terugkeerrichtlijn deze bewaring van eiseres zou plaatsvinden. Indien verweerder niet kan aanwijzen binnen welk ander regime de bewaring zou plaatsvinden, moet worden aangenomen dat het binnen het bereik van de Terugkeerrichtlijn valt en dan is een terugkeerbesluit vereist als startpunt van de verwijderingsprocedure. In haar uitspraak van 31 december 2010 heeft de rechtbank overwogen dat in het kader van een beroepsprocedure tegen de maatregel de rechterlijke toets zich beperkt tot de constatering dat zo'n besluit er is. Of het besluit rechtmatig is, of er een wettelijke bevoegdheid is om zo'n besluit te nemen en welk rechtskarakter het heeft, is in die uitspraak in het midden gelaten en verwezen naar een eventuele procedure tegen het terugkeerbesluit zelf. Ter zitting heeft eiseres er op gewezen dat die benadering van de rechtbank wat het al of niet bestaan van een nationaalrechtelijke wettelijke bevoegdheid betreft, mogelijk in strijd komt met wat volgt uit het arrest Kolpinghuis van het Hof van 8 oktober 1987. In dat licht moet dus ook in het kader van de procedure over de maatregel van bewaring wel komen vast te staan dat er een nationaalrechtelijke basis is voor een terugkeerbesluit. Naar het oordeel van de rechtbank is die te vinden in het samenstel van het eerste en derde lid van artikel 62 van de Vw. De rechtbank stemt op zichzelf in met de opvatting van verweerder dat een terugkeerbesluit naar nationaal recht kan worden gebaseerd op die bepaling. Materieel komt deze bepaling immers neer op een terugkeerbesluit. De rechtsvaststellingen en verplichtingen die uit artikel 62 van de Vw volgen en de vaststellingen en mededelingen van verweerder op grond van dit artikel voldoen namelijk aan de definitie van een terugkeerbesluit, als gegeven in artikel 3, aanhef en onder 4, van de Terugkeerrichtlijn: de illegaliteit van het verblijf wordt vastgesteld of verklaard en de terugkeerverplichting wordt opgelegd of vastgesteld. Dat in artikel 62 van de Vw geen expliciete bevoegdheid is neergelegd om besluiten te nemen, is daarbij niet van belang. In dit geval is er een terugkeerbesluit. De rechtbank is van oordeel dat dit artikel de wettelijke nationaalrechtelijke basis voor het terugkeerbesluit vormt. Daarmee is voldaan aan de vereisten van de Terugkeerrichtlijn op dat punt. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
