ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0337
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-01-2011 · zaaknummer Awb 10/44336 VRONTN/CM
Inhoudsindicatie
Inhoudsindicatie: bewaring, Terugkeerrichtlijn, Status Terugkeerbesluit, artikel 72, derde lid Vw 2000, constutieve voorwaarde voor bewaring, terugkeerrichtlijn onbevoegd genomen Samenvatting: De rechtbank zal allereerst oordelen over het door eiser ingenomen standpunt dat, nu verweerder niet bevoegd was een terugkeerbesluit te nemen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag, de bewaring niet in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank overweegt dat uit het samenstel van bepalingen van paragraaf 6 van de preambule, artikel 6, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn, artikel 3, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn en artikel 15, eerste lid van de Terugkeerrichtlijn volgt dat verweerder uitsluitend bevoegd is een vreemdeling in bewaring te stellen indien een terugkeerbesluit is genomen. Eiser heeft de vraag aan de orde gesteld naar de wettelijke grondslag van dit besluit. Verweerder heeft gesteld dat die wettelijke grondslag is te vinden in artikel 72, derde lid, van de Vw 2000. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval kan zijn. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 kan worden afgeleid dat de wetgever beoogd heeft de rechtsbescherming van de vreemdeling in het kader van de Vw 2000 bij uitsluiting op te dragen aan de bestuursrechter, in het bijzonder de vreemdelingenrechter. Dit doel wordt gediend doordat voor de vreemdeling niet alleen beroep openstaat tegen jegens hem als zodanig door een bestuursorgaan gegeven beschikkingen, maar ook op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 tegen door een bestuursorgaan jegens hem als zodanig verrichte, rechtens relevante handelingen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het terugkeerbesluit echter niet worden aangemerkt als een jegens de vreemdeling gerichte, rechtens relevante handeling: het terugkeerbesluit is immers een constitutieve voorwaarde voor het in bewaring nemen van een vreemdeling; het rechtsgevolg is, onder meer, dat daardoor – bij aanwezigheid van voldoende gronden – een grondslag ontstaat voor het in bewaring nemen van een vreemdeling. Verweerder heeft ter zitting niet een andere wettelijke grondslag voor het terugkeerbesluit kunnen duiden. Voor zover verweerder zou stellen dat die grondslag voortvloeit uit de Terugkeerrichtlijn zelf overweegt de rechtbank dat – nu Nederland als lidstaat er niet in is geslaagd binnen de implementatietermijn de Terugkeerrichtlijn om te zetten in wetgeving – de richtlijn zelf niet een grondslag kan bieden voor het aannemen van een bevoegdheid tot vaststelling van terugkeerbesluiten. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit dit voort uit het arrest van het Hof van Justitie van 8 oktober 1987, 80/86 (Kolpinghuisarrest). Verweerders stelling dat de vraag naar de bevoegdheid niet in de bewaringsprocedure dient te worden beantwoord maar in de bezwaar – of beroepsprocedure tegen het terugkeerbesluit kan de rechtbank niet volgen nu terzake van het terugkeerbesluit aan verweerder noch aan enig ander bestuursorgaan een bevoegdheid is toegekend.
Rechters
Advocaten
- J.M.M. Verstrepen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
