ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9903
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-11-2010 · zaaknummer AWB 10/2256 OB
Inhoudsindicatie
Artikel 29, tweede lid, Wet op de omzetbelasting. Uit de omstandigheid dat per 15 oktober 2008 een nieuwe bestuurder werd benoemd, waardoor de fiscale eenheid tussen eiseres en haar dochter werd ontbonden, leidt de rechtbank af dat op dat tijdstip kennelijk vaststond dat eiseres niet (langer) in staat was haar crediteuren te betalen. Dit brengt mee dat eiseres de reeds in afrek gebrachte omzetbelasting op grond van artikel 29, tweede lid, van de Wet OB verschuldigd is geworden. De naheffingsaanslag is terecht over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 14 oktober 2008 opgelegd. De stelling van eiseres dat zij tot aan het moment waarop werd besloten het faillissement van haar dochter aan te vragen, reden had erop te vertrouwen dat na het vinden van een eventuele geschikte overnamekandidaat de crediteuren zouden worden betaald, verwerpt de rechtbank. Een mogelijk toekomstige, maar nog onzekere overname maakt niet dat objectief bezien moet worden aangenomen dat de crediteuren zullen worden betaald. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst [te P]
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst [te P]
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
