ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7243
Rechtbank 's-Gravenhage · 10-12-2010 · zaaknummer AWB 09-6252
Inhoudsindicatie
Herhaalde aanvraag. Uit de inhoud van de stukken die eiser bij zijn zienswijze heeft overgelegd komt naar voren dat de algemene veiligheidssituatie in het land van herkomst van eiser ten tijde van het besluit op zijn herhaalde aanvraag en ten opzichte van de situatie ten tijde van het afwijzende besluit op eisers eerste asielaanvraag zodanig is verslechterd dat niet op voorhand is uitgesloten dat die situatie kan afdoen aan het eerdere besluit in zoverre dat ziet op toelating op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Derhalve dient de informatie uit die stukken te worden aangemerkt als novum. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat hij in zijn individuele geval een reëel risico loopt op de in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn genoemde vormen van ernstige schade. Nu verweerder eerst ter zitting een inhoudelijk standpunt heeft ingenomen of sprake is van een gewapend conflict en of eiser al dan niet onder de reikwijdte van voornoemd artikel valt, berust het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering en is het beroep reeds hierom gegrond. De rechtbank ziet evenwel in de ter zitting gegeven nadere motivering aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid van de Awb de rechtsgevolgen in stand te laten. Uit de door eiser overgelegde stukken volgt dat de veiligheidssituatie in Mosul zorgelijk is, dit laat evenwel onverlet dat verweerder zich onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 10 juni 2010 (201000765) en de het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 20 januari 2009 inzake FH tegen Zweden (JV 2009 / 74), terecht op het standpunt heeft gesteld dat in Mosul ten tijde van het bestreden besluit geen sprake was van een uitzonderlijke situatie. Derhalve biedt hetgeen eiser heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat hij op deze grond in aanmerking dient te komen voor een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw.
Rechters
Advocaten
- R. Vink
- R.S. Nandoe
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
