Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6902

Rechtbank 's-Gravenhage · 08-12-2010 · zaaknummer 288612 / HA ZA 07-1754 en 288610 / HA ZA 07-1753

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vonnis in twee zaken. De vennootschap Sierteelt Bemiddelingscentrum B.V. (hierna: SBC) heeft tot de aan haar verleende surseance van betaling op 25 november 2003 bemiddeld bij de totstandkoming van overeenkomsten tussen kopers en verkopers van onder meer bloembollen. De Stichting Derdengelden SBC (hierna: de Stichting) verzorgde de financiële afwikkeling van deze overeenkomsten. SBC en, namens haar, de Stichting fungeerden als tussenpersonen. De Stichting inde aldus koopsommen van kopers, die na ontvangst daarvan werden doorbetaald aan verkopers. Bij deze bemiddelingactiviteiten gold als uitgangspunt dat - kort gezegd - verkopende partijen pas werden uitbetaald als de kopende partijen hebben betaald. Op enig moment is dat uitgangspunt losgelaten en werd aan een veelheid van verkopende partijen (in ieder geval alle gedaagde partijen) door de Stichting al uitgekeerd, terwijl door de kopende partijen (nog) niet was betaald. SBC en de Stichting konden daardoor niet meer aan hun betalingsverplichtingen jegens andere partijen voldoen. Beide rechtspersonen zijn op 3 december 2003 in staat van faillissement verklaard. Eisende partij in de hoofdzaken is mr. E.N. Muller in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de Stichting Derdengelden SBC. Gedaagde partijen in de hoofdzaken zijn personen en rechtspersonen die medio oktober-november 2003 door bemiddeling van SBC en de Stichting partijen bloembollen hebben verkocht aan andere personen of rechtspersonen. De curator vordert in de hoofdzaken dat de rechtbank gedaagden veroordeelt tot betaling van in grootte variërende bedragen, vermeerderd met rente daarover. De curator beroept zich daarbij op artikel 42 e.v. van de Faillissementswet. Subsidiair stelt de curator zich op het standpunt dat, nu de kopers bij de betreffende koopovereenkomsten de koopsommen niet hebben betaald, bedoelde betalingen van de Stichting aan de verkopers zijn aan te merken als onverschuldigd, want zonder rechtsgrond verricht. Een aantal van de gedaagde partijen heeft een reconventionele vordering ingesteld. Op 4 maart 2010 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank in deze twee zaken (en dan alleen voor zover het de conventie betreft) een comparitie van partijen gehouden. Gedaagde partijen bij die gelegenheid hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid de verweren te concentreren. Dientengevolge is ter zitting namens de in het geding verschenen gedaagden (circa 80) op hoofdpunten het verweer gevoerd door drie advocaten. In deze zaken heeft de rechtbank op 8 december 2010 onderstaand vonnis doen uitgaan met beslissingen inzake de conventie (de vorderingen van de curator) en inzake de voorwaardelijke reconventie (de vorderingen van een aantal gedaagde partijen jegens de curator). De vorderingen jegens de gedaagden tegen wie verstek is verleend worden in het vonnis van 8 december 2010 toegewezen. De vorderingen van de curator tegen de wel in het geding verschenen partijen worden daarentegen afgewezen omdat - kort weergegeven - de curator naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende heeft aangedragen om de aan zijn vorderingen ten grondslag gelegde stellingen te kunnen onderbouwen. Het nog niet behandelde onderdeel van de zaken heeft de rechtbank verwezen naar de rolzitting van 12 januari 2011 voor akte uitlaten aan de zijde van de eisers in onvoorwaardelijke reconventie.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.