ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4134
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-10-2010 · zaaknummer 10/35145
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft. Nu hij sinds 2004 in Nederland verblijft, is er ook geen sprake van verblijf in de vrije termijn. Verweerder is dan ook bevoegd tot uitzetting van verzoeker. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd, kan daaraan niet afdoen. De voorzieningenrechter overweegt daartoe - in onderlinge samenhang bezien -als volgt. Een - zoals verzoeker stelt - onrechtmatige staandehouding, een onrechtmatige inbewaringstelling en onrechtmatig voortduren van de inbewaringstelling beïnvloedt niet verweerders bevoegdheid tot uitzetting. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband mede naar de uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2002 (zaaknummer 200201784/2 www.raadvanstate.nl en JV 2002/177) De voorzieningenrechter merkt niet als aanwijzing voor mensenhandel aan het feit dat verzoeker heeft verklaard dat zijn paspoort lag in de woning van de eigenaresse van de wasserette. Uit het dossier volgt niet dat het paspoort van verzoeker permanent en tegen zijn wil in bezit zou zijn geweest van de eigenaresse van de wasserette noch is het paspoort aldaar aangetroffen. Evenmin acht de voorzieningenrechter een aanwijzing voor mensenhandel de enkele verklaring van verzoeker dat hij geen salaris ontving voor zijn werkzaamheden in de wasserette. Uit het proces-verbaal van aanhouding van [datum inbewaringstelling] volgt dat verzoeker ongeveer vier jaar werkzaamheden heeft verricht in de wasserette. Dat verzoeker hierbij is uitgebuit volgt niet uit dit proces-verbaal noch uit andere de voorzieningenrechter ter beschikking gestelde stukken. Daarnaast heeft verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat hij aangifte heeft willen doen van mensenhandel. Evenmin heeft verzoeker aannemelijk gemaakt dat hij een vreemdeling is voor wie bij toepassing van paragraaf B9 van de Vc 2000 geldt dat hij gebruik kan maken van de termijn om te bedenken of verzoeker aangifte wil doen of op andere wijze medewerking wil verlenen aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek terzake mensenhandel. Gelet op wat hiervoor onder 2.4.2. is overwogen, volgt de voorzieningenrechter verzoeker niet in zijn stelling dat de Vreemdelingenpolitie en of de Dienst Terugkeer en Vertrek verzoeker had moeten wijzen op de mogelijkheid tot het doen van aangifte van mensenhandel. Het bezwaar maakt derhalve geen redelijke kans van slagen. Het verzoek wordt om die reden afgewezen.
Rechters
Advocaten
- C.E. Kolthof
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de Minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
