ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2930
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-10-2010 · zaaknummer 374327 - KG ZA 10-1051
Inhoudsindicatie
Verzoek tot oordeel onrechtmatigheid van strafrechtelijk voortraject. Geen spoedeisend belang: afwijzing. Geen verklaring voor recht. Eiser is staande gehouden door de politie. Vervolgens is hij aangehouden op grond van het opgeven van een valse naam. Eiser is op 14 augustus 2010 om 09.00 uur heengezonden en op hetzelfde tijdstip op grond van artikel 50, lid 2, van de Vreemdelingenwet opgehouden voor verhoor en ter beschikking gesteld aan de afdeling vreemdelingenpolitie Utrecht. Vervolgens is een maatregel van bewaring opgelegd met het oog op uitzetting van eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. Eiser heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen voornoemde maatregel. De rechtbank heeft dat beroep op 30 augustus 2010 ongegrond verklaard. De Minister van Justitie heeft vervolgens op 10 september 2010 voornoemde maatregel opgeheven ter effectuering van de uitzetting van eiser. Eiser is op 10 september 2010 Nederland uitgezet. Eiser heeft gevorderd te oordelen dat het strafrechtelijk traject voorafgaande aan de vreemdelingenbewaring onrechtmatig is geweest. Daartoe heeft eiser aangevoerd dat de staande houdende verbalisanten noch op grond van het Wetboek van Strafvordering (WvSv), noch op grond van de Politiewet, bevoegd waren om eiser staande te houden. De verdenking ten aanzien van eiser was immers onvoldoende concreet en objectiveerbaar. Daarnaast was het vorderen van het identiteitsbewijs van eiser niet redelijkerwijs noodzakelijk voor het uitoefenen van de politietaak. De voorzieningenrechter stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de oordeelsvorming over – kort gezegd – de rechtmatigheid van het aan de vreemdelingenbewaring voorafgaande strafrechtelijk voortraject is voorbehouden aan de strafrechter of een rechter met algemene bevoegdheid en niet toekomt aan de vreemdelingenrechter. Nu eiser niet langer in verzekerde bewaring is gesteld en geen strafrechter is aangewezen om over de rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject te oordelen, is de burgerlijke rechter bevoegd. Vervolgens is het de vraag of de voorzieningenrechter eiser in zijn verzoek kan ontvangen. De vordering van eiser ziet op het vaststellen van een rechtstoestand; een verklaring voor recht. Volgens vaste jurisprudentie kan een voorziening in kort geding geen verklaring voor recht omtrent de rechtsverhouding van partijen inhouden. Dit kan uitzondering lijden in geval van bijzondere omstandigheden waarin sprake is van een dusdanig spoedeisend belang dat van eiser niet kan worden gevergd een bodemprocedure af te wachten. Indien een dergelijke uitzondering zich voordoet, kan de voorzieningenrechter een voorlopige verklaring van recht uitspreken. Van een dergelijke uitzondering als voornoemd is in het onderhavige geval geen sprake. Immers, vanaf 10 september 2010 is de maatregel tot verzekerde bewaring van eiser opgeheven en wordt de vrijheid van eiser niet langer ontnomen. Daarmee is het spoedeisende karakter van de vordering komen te vervallen. Andere spoedeisende feiten en omstandigheden zijn niet gesteld of gebleken. Daarnaast staat voor eiser de mogelijkheid van een bodemprocedure nog open, teneinde de rechtmatigheid van het strafrechtelijk traject te toetsen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser thans een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, zodat het gevorderde afgewezen dient te worden.
Rechters
Advocaten
- E.C. Gijselaar
- J.P.M. Denissen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
