Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2157

Rechtbank 's-Gravenhage · 27-10-2010 · zaaknummer AWB 09/3964 BEPTDN en AWB 09/3965 BEPTDN

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Niet in geschil is dat eiser vanaf 1967 tot 11 februari 1979 werkzaam is geweest bij voor de staatsveiligheidsdienst onder de Sjah van Perzië, de SAVAK. Eiser was werkzaam bij de afdeling die verantwoordelijk was voor het toezicht op het gedrag van de overige SAVAK-medewerkers. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de verklaringen van eiser, de gedragingen waarmee eiser in verband wordt gebracht, te weten folteringen, heeft mogen aanmerken als gedragingen in de zin van artikel 1(F), onder a en b, van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen dat sprake is van “knowing participation”. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft mogen concluderen dat eiser het folteren van (vermeende) politieke tegenstanders direct heeft gefaciliteerd, zodat sprake is van “personal participation”. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht artikel 1F, onder a en b, van het Vluchtelingenverdrag heeft tegengeworpen aan eiser en dat hij op juiste gronden niet in aanmerking is gebracht voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aan en onder a, van de Vw. Niet in geschil is dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting naar Iran een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat artikel 3 van het EVRM zich duurzaam tegen zijn uitzetting verzet. Eiser bevindt zich immers niet in een situatie dat hij reeds een groot aantal jaren niet kan worden uitgezet. Het beroep van eiser is derhalve ongegrond. Niet in geschil is dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiseres aangevoerde omstandigheden ( 2 kinderen met asielvergunning, 1 kind met vergunning op c-grond, echtgenoot met 3 EVRM-risico) onvoldoende zijn om aan te nemen dat eiseres geen risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Het beroep van eiseres is gegrond.

Advocaten

  • M. Bogaers

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Overheidspartijen

  • Minister van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.