Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0862

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-10-2010 · zaaknummer AWB 09/15432

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Schadevergoeding / toerekenbaar onrechtmatig overheidshandelen / vermogensschade / immateriële schade tgv inbewaringstelling Aan de orde is geweest de vraag of verweerder in casu gehouden is de door eiser gestelde schade te vergoeden die voortvloeit uit de intrekking op 19 december 2006 van de verblijfsvergunning driejarenbeleid asiel, de niet-verlenging van die vergunning en de ongewenstverklaring. De rechtbank heeft geoordeeld dat met het besluit van 19 december 2006 sprake is van verwijtbaar onrechtmatig overheidshandelen. Dat verweerder in het geval van eiser het besluit van 19 december 2006 heeft genomen op basis van foutieve informatie, verschaft door een andere overheidsinstantie, doet hieraan niet af. Ter zake van de gestelde materiële schade in de vorm van inkomensderving is geoordeeld dat niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan. De relevante geschonden norm betreft het onder voorwaarden aanspraak maken op een verblijfsvergunning. Deze norm strekt zowel bij een intrekking van een reeds verleende verblijfsvergunning als bij een weigering van een dergelijke vergunning niet tot bescherming tegen de door eiser geleden vermogensschade als gevolg van het niet kunnen verrichten van arbeid in loondienst. Ten aanzien van de gestelde immateriële schade heeft eiser gesteld schade te hebben geleden vanwege de inbewaringstelling welke maatregel mede het gevolg is geweest van het besluit van 19 december 2006. Voor zover aan de weigering om tot schadevergoeding over te gaan het causaliteitsvereiste ten grondslag is gelegd, is het besluit rechtens onjuist bevonden. De vrijheidsontneming van eiser houdt immers rechtstreeks verband met het beëindigen van het rechtmatig verblijf van eiser bij het besluit van 19 december 2006. De omstandigheid dat de aan eiser opgelegde bewaringsmaatregel en de voortduring daarvan voor rechtmatig zijn gehouden, staat naar het oordeel van de rechtbank evenmin aan de toewijzing van een schadevergoeding wegens immateriële schade in de weg. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van dusdanige bijzondere omstandigheden dat aan het gezag van gewijsde van genoemde uitspraken voorbij moet worden gegaan. (r.o. 2.38) Beroep deels gegrond. De rechtbank heeft toepassing gegeven aan artikel 8:72, vierde lid, van de Awb door aan eiser een schadevergoeding toe te kennen over de periode gedurende welke hij in vreemdelingenbewaring heeft gezeten.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.