Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0850

Rechtbank 's-Gravenhage · 15-10-2010 · zaaknummer AWB 09/45743

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De tweede aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is niet te beschouwen als een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Het besluit van 16 november 2009 is immers niet van dezelfde aard en strekking als de besluiten van 19 november 2001 en 8 maart 2007. In de eerste procedure is eiser namelijk wel een verblijfsvergunning verleend. In de tweede procedure is de wettelijke grondslag om op een asielaanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te beslissen een andere geweest dan de grondslag om te beslissen op een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie de Afdelingsuitspraken van 31 augustus 2006, LJN: AY7694, en 10 mei 2007, LJN: BA5551). Dit betekent echter niet dat de rechtbank het thans voorliggende besluit van 16 november 2009 toetst als ware het een eerste afwijzing. De regels inzake de toegang tot de rechter zijn van openbare orde. In de procedure omtrent de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ligt een inmiddels rechtens onaantastbaar besluit, waarin inhoudelijk is ingegaan op de vraag of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op één van de in artikel 29 van de Vw 2000 genoemde gronden. Die vraag is toen ontkennend door verweerder beantwoord. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser, ondanks het feit dat het in artikel 4:6 van de Awb gegeven toetsingskader niet geldt, gehouden is om in deze procedure nieuwe feiten en omstandigheden aan te voeren, die af kunnen doen aan het inmiddels rechtens onaantastbare besluit van 8 maart 2007. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar rechtsoverweging 2.1.4 van de uitspraak van de Afdeling van 27 februari 2009, LJN: BH6112, en rechtsoverweging 2.2.2 van de uitspraak van de Afdeling van 28 juni 2010, LJN: BN0220.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.