ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0506
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-10-2010 · zaaknummer AWB 10/32414, 10/32413, 10/32417 en 10/32415
Inhoudsindicatie
Ontbreken positieve overtuigingskracht op onderdelen onvoldoende gemotiveerd Ingevolge vaste jurisprudentie van de AbRS (bijvoorbeeld de uitspraak van 27 januari 2003, 200206297/1, www.raadvanstate.nl) beoordeelt verweerder de geloofwaardigheid van het asielrelaas op basis van uitvoerige gehoren en van vergelijking van het relaas met al datgene, wat hij over de situatie in het land van herkomst weet uit ambtsberichten en andere objectieve bronnen en wat hij eerder heeft onderzocht en overwogen naar aanleiding van de gehoren van andere asielzoekers in een vergelijkbare situatie. Dit overzicht stelt hem in staat die beoordeling vergelijkenderwijs en aldus geobjectiveerd te verrichten. De inval in het huis van verzoeksters is door verweerder niet geloofwaardig geacht. Daarbij heeft verweerder betrokken dat de kamer van de dochter van verzoekster sub 2 niet is doorzocht, dat verzoekster sub 1 niet is aangehouden dan wel dat niet is verhinderd dat zij haar dochter en schoonzoon zou waarschuwen nadat belastend materiaal was gevonden en dat de geheime dienst het huis is binnengevallen terwijl verzoekster sub 2 en haar echtgenoot niet aanwezig waren. Deze gang van zaken wekt bevreemding, aldus verweerder. Verzoeksters hebben dit standpunt van verweerder gemotiveerd bestreden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder, door te overwegen dat het door verzoeksters beschreven handelen van de geheime dienst bevreemding wekt, onvoldoende heeft gemotiveerd op grond waarvan de inval in het huis van verzoeksters ongeloofwaardig dient te worden geacht. Door verweerder is niet nader gemotiveerd waarom de genoemde aspecten bevreemdingwekkend en onlogisch zijn. Desgevraagd heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting evenmin een nadere onderbouwing kunnen geven; niet op basis van landeninformatie, noch op grond van gehoren van andere asielzoekers in een vergelijkbare situatie. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat verweerder bovendien – in het licht van wat verzoekster sub 1 heeft verklaard - onvoldoende heeft gemotiveerd dat niet geloofwaardig is dat verzoekster sub 2 atheïst dan wel afvallige is. In het eerste en nader gehoor heeft verzoekster sub 2 over haar denkbeelden verklaard. Zij heeft in het nader gehoor verklaard dat zij niet gelooft in de Islam en geen ander geloof gaat volgen, maar dat zij wel vindt dat de wetenschap niet overeenkomt met hetgeen in de schriften staat vermeld ten aanzien van het ontstaan van de mens. In het eerste gehoor heeft zij verklaard dat zij op papier moslim is, maar dat zij atheïst is. De omstandigheid dat verzoekster niet openlijk en in het bijzijn van getuigen afstand heeft genomen van haar geloof – zoals namens verweerder ter zitting naar voren is gebracht –, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een onvoldoende draagkrachtige motivering van het standpunt van verweerder dat ongeloofwaardig is dat verzoekster atheïst is. Desondanks heeft verweerder in redelijkheid kunnen oordelen dat van het asielrelaas van verzoeksters geen positieve overtuigingkracht uitgaat, nu op het niveau van andere relevante bijzonderheden bevreemdende verklaringen door verzoeksters zijn afgelegd.
Rechters
Advocaten
- R. Jonkman
- S.R. Nohar
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
