Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9512

Rechtbank 's-Gravenhage · 30-03-2010 · zaaknummer 09/32032

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Turkse zelfstandige / wezenlijk Nederlands belang / driejarenbeleid / Besluit 1/80 / standstillbepaling Hoewel verweerder zowel bij het besluit van 13 mei 2005 als bij het bestreden besluit gehandhaafde besluit van 1 augustus 2008 (primair) heeft tegengeworpen dat eiser niet over een geldige mvv beschikt, is van besluiten van gelijke strekking geen sprake. In de eerdere procedure is eiser immers tegengeworpen dat hij zijn gestelde activiteiten als ondernemer niet heeft aangetoond. De huidige onderneming kan, gelet op de datum van oprichting van de VOF, niet dezelfde zijn geweest als in de vorige procedure. Het doel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd, verschilt in zoverre dan ook van het doel waarvoor de eerdere verblijfsvergunning is aangevraagd. Gelet op het voorgaande is het beoordelingskader, door de Afdeling neergelegd in haar uitspraak van 6 maart 2008 (LJN BC7124), niet van toepassing. In de uitspraak van 9 december 2009 (LJN BK6039) heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank, deze nevenzittingsplaats, geoordeeld dat niet is gebleken dat de huidige invulling van het criterium wezenlijk Nederlands belang strijdig is met de standstillbepaling. Eiser heeft betoogd dat het driejarenbeleid op 1 januari 1973 niet gold en dat de afschaffing van deze eerdere versoepeling in strijd is met de standstillbepaling. Gelet hierop is het driejarenbeleid nog altijd geldend recht voor Turkse zelfstandigen die meer dan drie jaar op een beslissing op hun aanvraag hebben gewacht, aldus eiser. De Afdeling heeft in een vergelijkbare zaak een prejudiciële vraag gesteld, te weten de vraag of artikel 13 van Besluit nr. 1/80 – eveneens een standstillbepaling – aldus moet worden uitgelegd dat onder een nieuwe beperking in de zin van die bepaling mede dient te worden verstaan een aanscherping ten opzichte van een na 1 december 1980 in werking getreden bepaling, die een versoepeling inhield van de op 1 december 1980 geldende bepaling, indien deze aanscherping geen verslechtering ten opzichte van de op 1 december 1980 geldende bepaling behelst. Het driejarenbeleid behelsde een beperking van de afwijzingsgronden; het mvv-vereiste en het middelenvereiste werden op grond van dit beleid niet langer tegengeworpen. In paragraaf B1/2.2.11 van de Vc 2000 was evenwel expliciet opgenomen dat de overige afwijzingsgronden van toepassing beleven. Reeds gelet op de afwijzingsgrond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000 kunnen het antwoord op de prejudiciële vraag en de vraag of eiser zich in onderhavige procedure op het vollopen van de driejarentermijn in de vorige procedure kan beroepen in het midden blijven.

Rechters

Advocaten

  • E. Nardelli
  • M.N.R. Nasrullah

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.