ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0872
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-01-2010 · zaaknummer AWB 09/46179 en 09/46178
Inhoudsindicatie
Somalië / 15c Definitierichtlijn In geschil is de vraag of in Centraal- en Zuid-Somalië, althans in Mogadishu, de plaats waarvan niet in geschil is dat verzoeker daar vandaan komt, sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Defitierichtlijn. Van belang is dat het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd, omdat het als gevolg van fraude niet langer houdbaar werd geacht. De voorzieningenrechter stelt vast dat de veiligheidssituatie in Somalië (volgens verweerder) “onverminderd slecht” is. In navolging van de uitspraak van de meervoudige kamer, nevenzittingsplaats Assen van 20 oktober 2009 overweegt de voorzieningenrechter dat de criteria die van belang zijn voor het antwoord op de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.106 Vb overeenkomen met de criteria waaraan voldaan moet worden, wil er sprake zijn van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15 c van de Definitierichtlijn. Aldus leest de voorzieningenrechter ook de brief van de staatssecretaris van Justitie van 17 maart 2009 aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Verweerder heeft ter onderbouwing van het standpunt dat er in Mogadishu geen sprake is van een uitzonderlijke situatie gewezen op cijfers in het algemeen ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken over Somalië van 19 oktober 2009 met betrekking tot het aantal slachtoffers van geweldsincidenten in Zuid- en Centraal Somalië en deze cijfers afgezet tegenover het aantal inwoners in Zuid- en Centraal Somalië. Nu deze cijfers echter betrekking hebben op heel Zuid- en Centraal Somalië en niet specifiek zien op Mogadishu, de plaats waar verzoeker vandaan komt en waarvan verzoeker stelt dat aldaar sprake is van een uitzonderlijke situatie, en alwaar volgens het algemeen ambtsbericht de zwaarste gevechten plaatsvonden, ziet de voorzieningenrechter niet in dat aan deze cijfers de betekenis kan worden toegekend die verweerder daaraan toekent, zonder dit nader te motiveren. Tevens is van belang dat niet is gesteld dat er in het geval van verzoeker sprake is van fraude dan wel misbruik, waardoor verzoeker niet valt onder de groep van personen, waarvoor het categoriale beschermingsbeleid eigenlijk is afgeschaft. Op verweerder ligt met name in een dergelijk geval een nadere motiveringsplicht. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- C.E. Stassen-Buijs
- R.C. van Keeken
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
