ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7347
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-11-2009 · zaaknummer 351489 - KG ZA 09-1517
Inhoudsindicatie
Kern van de zaak: Als uitgangspunt heeft te gelden dat de VWA in het kader van haar toezichthoudende taak op de naleving van het Warenwetbesluit Speelgoed een ruime beleidsvrijheid heeft, hetgeen meebrengt dat de voorzieningenrechter in kort geding deze beslissing in beginsel slechts marginaal kan toetsen. Kern van het geschil is of de racers ook bestemd zijn voor kinderen beneden de 36 maanden. De Staat heeft aangevoerd dat de racers gezien de kenmerken, eigenschappen en functies ook interessant zijn voor kinderen beneden de 36 maanden. Het gaat in de visie van de Staat ook om het gebruik dat gezien het gangbare gedrag van kinderen te verwachten valt. Hij verwijst daarvoor naar het document Classification of toys. Ze zijn eenvoudig vast te pakken of te grijpen en makkelijk te bedienen en te bewegen door het pull back-systeem. Bovendien kunnen de racers niet beschouwd worden als ‘detailed and realistic cars’, noch als ‘die-cast vehicles’, aldus de Staat. Vomar bepleit het tegendeel. Tussen partijen staat vast dat in de eerste plaats moet worden beoordeeld voor welke leeftijdsgroep, beneden of boven de 36 maanden, de racers bestemd zijn. Anders dan Vomar heeft bepleit, valt niet uit te sluiten dat het speelgoed voor beide leeftijdsgroepen bestemd kan zijn. Vervolgens moet beoordeeld worden of de racers aan de veiligheidsvoorschriften van die desbetreffende leeftijdsgroep(en) voldoen. Gezien de uitlopende meningen van partijen en de complexiteit van de daaraan te grondslag liggende regelgeving, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de beoordeling van de racers naar leeftijdsgroep een specifieke deskundigheid vergt. Niet ongebruikelijk is dat bij een geschil als het onderhavige een deskundige benoemd wordt, teneinde deze een oordeel te vragen over de kwestie. Een kortgedingprocedure leent zich echter niet voor een dergelijk onderzoek, zodat uitgegaan dient te worden van de thans beschikbare gegevens. Nu in de verscheidene rapporten van de zijde van Vomar geen enkele keer is geconcludeerd dat de racers óók bestemd kunnen zijn voor kinderen onder de 36 maanden, is de voorzieningenrechter van oordeel dit ene rapport van de VWA vooralsnog onvoldoende gewicht heeft om de eerder genoemde rapporten van de Notified Bodies terzijde te schuiven. Het voorgaande leidt, gegeven het toetsingskader, tot de slotsom dat de Staat, meer in het bijzonder de VWA, in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de racers ook bestemd zijn voor kinderen onder de 36 maanden en mitsdien een gevaar vormen voor de volksgezondheid, op grond waarvan ze in beslag genomen moeten worden. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de racers geen gevaar vormen voor de leeftijdsgroep ouder dan 36 maanden. De vordering van Vomar zal daarom worden toegewezen.
Rechters
Advocaten
- R.A.M. Schram
- R.J.M. van den Tweel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
