ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9451
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-04-2008 · zaaknummer AWB 07/33161
Inhoudsindicatie
Mvv-procedure / richtlijn 2003/86/EG / Unieburger / openbare orde Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, beoogt verblijf bij zijn echtgenote, van Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit. Eiser verblijft sinds 2001 in Spanje en is in het bezit van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd voor Spanje. Gebleken is dat eiser een strafbaar feit heeft gepleegd en hiervoor een transactie-aanbod heeft geaccepteerd en voldaan. Niet in geschil is dat eiser een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd voor Spanje bezit. De rechtbank is van oordeel dat niet is gesteld, noch is gebleken dat eiser in Spanje de status van EG-langdurig ingezetene bezit. Indien eiser in Spanje alsnog in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning op grond van de richtlijn 2003/109/EG dient eiser in Spanje een daartoe strekkend verzoek bij de Spaanse autoriteiten in te dienen.Ten aanzien van het beroep van eiser op de richtlijn 2003/86 oordeelt de rechtbank als volgt. Uit de artikelen 2, aanhef en onder a, c en d, alsmede onder artikel 3, derde lid, van de richtlijn 2003/86 leidt de rechtbank af dat in de richtlijn bedoeld is onderscheid te maken tussen derdelanders enerzijds en Unieburgers anderzijds. In dit geval heeft de hoofdpersoon, naast de Marokkaanse nationaliteit, de Nederlandse nationaliteit. Uit hoofde van artikel 17 van het EG-Verdrag is zij daarmee tevens burger van de Unie, hetgeen naar vaste jurisprudentie van het EG-Hof van Justitie de primaire kwaliteit is. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat de richtlijn niet van toepassing is op de hoofdpersoon en eiser, zodat zij daaraan geen rechten kunnen ontlenen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan eiser het transactieaanbod heeft kunnen tegenwerpen. Niet wordt betwist dat referent niet beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van de Vw. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat eiser op grond van voormelde regelgeving niet in aanmerking komt voor de gevraagde mvv. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
