ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8232
Rechtbank 's-Gravenhage · 28-03-2008 · zaaknummer AWB 06/2823
Inhoudsindicatie
Taalanalyse / contra-expertise / opdracht aan De Taalstudio zonder voorbehoud Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat er geen geloof wordt gehecht aan de identiteit en nationaliteit en daarmee aan het asielrelaas van eiser, nu op grond van een door Bureau Land en Taal (BLT) uitgevoerde taalanalyse van 22 juni 2005 eenduidig is komen vast te staan dat eiser niet afkomstig is uit Burundi. In beroep heeft eiser bij fax van 25 januari 2007 een contra-expertise taalanalyse van 23 oktober 2006 overgelegd, welke is uitgevoerd door De Taalstudio. Eiser heeft daarbij het standpunt ingenomen dat verweerder het beginsel van een zorgvuldige besluitvoorbereiding heeft geschonden en het processuele belang van eiser heeft geschaad, nu hij – hoewel eiser hem daarom wel had verzocht – een contra-expertise taalanalyse niet heeft afgewacht alvorens een besluit op de aanvraag van eiser te nemen. Volgens eiser dient de contra-expertise alsnog in de beroepsfase beoordeeld te worden. Anders dan verweerder heeft gesteld, heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank met de brief van 21 november 2005 De Taalstudio een opdracht verleend om een contra-expertise uit te voeren zonder daarbij enig voorbehoud te hebben gemaakt met betrekking tot de verstrekking van de opdracht. Dat de opdracht is geformuleerd in de vorm van een vraag, acht de rechtbank onvoldoende om tot een andersluidend oordeel te komen. Dat bedoeld is een opdracht te geven, blijkt uit het tweede deel van de zin, waarin wordt gevraagd wanneer de contra-expertise gereed zal zijn. Zonder opdracht is dit zinsdeel immers zinledig. Dat De Taalstudio in reactie op eisers brief van 21 november 2005 bij brief van 25 november 2005 aan eiser heeft meegedeeld dat een verzoek tot het uitvoeren van een contra-expertise in twee fases wordt behandeld, maakt naar het oordeel van de rechtbank evenmin dat er met de brief van eiser van 21 november 2005 (nog) geen sprake is van een door eiser gegeven opdracht. Gelet op het voorgaande bestaat grond voor het oordeel dat het niet aan eiser is toe te rekenen dat verweerder de contra expertise niet in zijn besluitvorming heeft kunnen betrekken en ziet de rechtbank aanleiding het eerst in de beroepsfase overgelegde rapport van de contra expertise als een nadere onderbouwing van een eerder ingenomen stelling bij haar beoordeling te betrekken. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat het rapport van contra expertise evenwel niet leidt tot het oordeel dat sprake is van twijfel aan de zorgvuldigheid waarmee de taalanalyse door het BLT is uitgevoerd. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- E.L. Garnett
- I. PROCESVERLOOP
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
