ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5698
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-09-2007 · zaaknummer AWB 06/61228
Inhoudsindicatie
Wijziging standpunt verweerder ten aanzien van schending van artikel 3 EVRM / motiveringsgebrek De rechtbank zal beoordelen of verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Verweerder heeft zich, op de zitting van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Alkmaar van 12 november 2003 op het standpunt gesteld dat eiser niet zal worden uitgezet, omdat er een reëel risico op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM bestaat. In het onderhavige bestreden besluit heeft verweerder zijn standpunt gewijzigd en geconcludeerd dat de situatie van eiser is geactualiseerd waardoor een nieuw oordeel gevormd kon worden. In het bestreden besluit wordt echter niet aangegeven welke feiten of omstandigheden tot dit gewijzigde standpunt van verweerder hebben geleid. Verweerder heeft, naar aanleiding van eisers verzoek van 9 juli 2004, het nodig geacht onderzoek te laten doen naar de eventuele schending van artikel 3 EVRM bij uitzetting van eiser en verweerder heeft daartoe een onderzoek uitgezet bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Uit de briefwisseling met gemachtigde van eiser of uit andere stukken in het dossier blijkt niet waarom het door verweerder zelf voorgestane onderzoek door de minister van Buitenlandse Zaken niet is uitgevoerd. Desgevraagd heeft ook verweerders gemachtigde ter zitting op die vraag geen antwoord kunnen geven. Verweerders standpunt dat hij op grond van hetgeen door eiser tijdens het aanvullend gehoor van 30 augustus 2005 naar voren is gebracht tot een wijziging van zijn standpunt ter zake van artikel 3 EVRM heeft kunnen komen, volgt de rechtbank niet. Uit het verslag van dat gehoor blijkt niet op grond van welke feiten of omstandigheden verweerder ter zitting van 12 november 2003 heeft aangenomen dat eiser bij uitzetting nog een reëel risico liep op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM en welke verandering er sindsdien in die feiten of omstandigheden is opgetreden waardoor eiser thans bij uitzetting naar Libanon volgens verweerder niet meer een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM strijdige behandeling. Uit het voorgaande volgt dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser geen gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting en terugkeer naar Libanon een reëel risico loopt op een behandeling strijdig met artikel 3 EVRM. Verweerder heeft ter zake van voormelde rechtsvraag niet zonder nadere motivering in het onderhavige besluit een ander standpunt kunnen innemen dan hij ter zitting van 12 november 2003 heeft gedaan.De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt bestreden besluit wegens schending van artikel 3:46 Awb.
Advocaten
- F. Heinink
- M.J.A. Leijen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
