Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5616

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-11-2007 · zaaknummer AWB 07/34508

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ongewenstverklaring / tijdsverloop na voornemen / nieuwe zienswijze / categoriaal beschermingsbeleid Verzoeker, van Somalische nationaliteit, is ongewenst verklaard. Volgens verzoeker had verweerder, nu het besluit tot ongewenstverklaring eerst twee jaar na het voornemen tot stand is gekomen, in het kader van de zorgvuldigheid verzoeker de mogelijkheid moeten bieden een nieuwe zienswijze in te dienen. De voorzieningenrechter overweegt dat het op zichzelf genomen niet ondenkbaar is dat zich na een eerdere zienswijze, ten gevolge van tijdsverloop, nieuwe feiten en omstandigheden kunnen voordoen, die voor verweerder aanleiding behoren te zijn om de vreemdeling opnieuw in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te brengen. Van zodanige feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter in onderhavige zaak echter niet gebleken. De overgelegde stukken waarmee verzoeker, naar hij in bezwaar aangeeft, heeft willen aantonen spijt te hebben van de gepleegde misdrijven alsmede in staat van verwarring te hebben verkeerd, dateren uit 2001 en hebben dus betrekking op de periode voorafgaande aan de eerdere zienswijze. Niet valt in te zien dat verzoeker deze documenten, dan wel de feiten die daaraan ontleend worden, niet reeds ten tijde van de vorige zienswijze naar voren heeft kunnen brengen. Het ter zitting ingenomen standpunt dat het categoriaal beschermingsbeleid voor Somalië een feit of omstandigheid als hiervoor bedoeld is, en verweerder om die reden had moeten horen, wordt niet gevolgd. Bij gebreke van een onderbouwing wordt vooralsnog niet ingezien, op welke wijze het al dan niet vallen onder een categoriaal beschermingsbeleid van belang zou kunnen zijn voor de vraag of verzoeker ongewenst kan worden verklaard. In het enkele tijdsverloop heeft verweerder geen aanleiding behoeven te zien om verzoeker opnieuw om een zienswijze te vragen. Het betoog dat met het besluit artikel 3 EVRM wordt geschonden, onder verwijzing naar het Salah-Sheekh arrest, slaagt evenmin. In de asielprocedure is overwogen dat verweerder het asielrelaas van verzoeker in redelijkheid ongeloofwaardig heeft kunnen achten. Bovendien is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker behoort tot een kwetsbare minderheidsgroepering als bedoeld in het Salah Sheekh-arrest. Afwijzing vovo.

Rechters

Advocaten

  • L.B. Vellenga-van Nieuwkerk
  • W.A. Kleingeld

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.