Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC4919

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-12-2007 · zaaknummer AWB 07/42754

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afghanistan / 1F / Hezb-i-Wahdat / personal and knowing participation Verweerder heeft verzoeker vanwege zijn rang van opperofficier bij de Hezb-i-Wahdat artikel 1F tegengeworpen en verzoeker ongewenst verklaard. Verzoeker heeft o.a. gewezen op de kritiek die ondermeer vanuit Afghanistan is geleverd op het Nederlandse 1F-beleid inzake Afghanistan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat ten aanzien van verzoeker sprake is van ‘personal and knowing participation’. Verzoeker was op de hoogte van de mensenrechten-schendingen door strijdkrachten van de Hezb-i-Wahdat en heeft deze mensenrechten- schendingen vanwege zijn rang en functie binnen de strijdkrachten van de Hezb i Wahdat ook gefaciliteerd. Verweerder heeft verzoeker in dat verband kunnen verwijten dat hij ondanks zijn wetenschap omtrent de mensenrechten- schendingen niets heeft ondernomen om deze misdrijven te voorkomen. Evenmin heeft hij zich van die misdrijven gedistantieerd. Uit de verklaringen van verzoeker blijkt dat hij opperofficier is geweest voor de strijdkrachten van de Hezb-i-Wahdat. Verzoeker heeft in de periode na 1992 nog carrière gemaakt en uiteindelijk de ook voor een opperofficier zeer hoge rang van luitenant-generaal verworven. Verzoeker was als hoofd operationele zaken verantwoordelijk voor de divisies 95, 96 en 98 en heeft vanwege deze functie verantwoordelijkheid gedragen voor de operationele inzet van de strijdkrachten van de Hezb i Wahdat. Verzoeker kan dan ook vanuit zijn functie verantwoordelijk worden gehouden voor het ongebreidelde geweld van de Hezb i Wahdat. Daarbij heeft verweerder voorts terecht van belang geacht dat verzoeker heeft verklaard dat hij een van de 14 à 15 militairen was die lid waren van het uitvoerend militair comité van de Hezb-i-Wahdat wat als onderdeel van het bestuur van de Hezb-i-Wahdat mede verantwoordelijk was voor de besluitvorming van de partij. Een en ander duidt er op dat aangenomen mag worden dat verzoeker tot de militaire top heeft behoord. Voorts blijkt uit de verklaringen van verzoeker dat hij zelf bij gevechtshandelingen betrokken is geweest en vanuit zijn functie verantwoordelijk kan worden gehouden voor het faciliteren van deze gevechten en de daarmee gepaard gaande schending van mensenrechten. De door verzoeker ingebrachte brief van de voorzitter van het Afghaanse parlement, M.Y. Qanooni, van 5 augustus 2007 en de brief van de UNHCR van 14 november 2007 ziet specifiek op het ambtsbericht van 29 februari 2000 over de veiligheidsdienst KhAD/WAD en de daarin opgenomen passage inzake de persoonlijke betrokkenheid van alle onderofficieren en officieren bij het arresteren, ondervragen, martelen en soms executeren van verdachte personen. Weliswaar is de kritiek van de UNHCR op onderdelen algemener in die zin dat de ambtsberichtgeving de betrokken personen in een zeer moeilijke bewijspositie plaatst, maar het standpunt van verweerder in het onderhavige geval is niet louter gebaseerd op het feit dat verzoeker opperofficier is geweest maar ook op verzoekers eigen verklaringen en verklaringen van anderen over verzoekers functie bij de Hezb-i-Whadat en de daaraan verbonden verantwoordelijkheden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.