ECLI:NL:RBSGR:2007:BC4093
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-12-2007 · zaaknummer AWB 07/36639
Inhoudsindicatie
Toewijzing vovo / ongewenstverklaring / 8 EVRM / aard en ernst van het gepleegde misdrijf / bewijsmaatstaf artikel 1 (F) Vv Aan de tegenwerping van artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag aan verzoeker ligt geen strafrechtelijke bewezenverklaring van de verweten misdrijven ten grondslag, maar een op grond van de ‘personal and knowing participation test’ door verweerder getrokken conclusie dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat verzoeker deze misdrijven heeft gepleegd. Ook verweerder heeft dit heeft onderkend. In zijn voornemen tot het afwijzend besluit op verzoekers asielaanvraag heeft verweerder immers opgemerkt dat de bestuursrechtelijke bewijsmaatstaf verschilt van de strafrechtelijke bewijsmaatstaf en dat handelingen in de zin van artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag niet hoeven te worden bewezen volgens de in het strafrecht gehanteerde bewijsmaatstaf. Uit het bestreden besluit noch uit de toelichting daarop van verweerder ter zitting blijkt dat verweerder met dit verschil in bewijsvoering ook rekening heeft gehouden bij toepassing van het criterium “aard en ernst van het gepleegde misdrijf” in het kader van zijn op grond van artikel 8 van het EVRM te maken belangenafweging. Voor de vraag of inmenging in verzoekers familie- en gezinsleven is gerechtvaardigd kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenwel niet op voorhand elk belang worden ontzegd aan het feit dat aan de bewijsvoering in het kader van artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag minder strenge eisen worden gesteld dan aan de bewijsvoering in het kader van een strafrechtelijke vervolging. Daarbij komt dat de enkele tegenwerping van dit artikel geen voldoende specifiek antwoord geeft op de vraag naar de aard en ernst van de in het desbetreffende geval verweten misdrijven. Aan tegenwerping van voormeld artikel zullen in het algemeen immers niet steeds dezelfde misdrijven ten grondslag liggen. Bovendien zal in de regel geen strafrechtelijke veroordeling hebben plaatsgevonden, waaraan de aard en ernst van het misdrijf kunnen worden gerelateerd. Verweerder heeft in het bestreden besluit dan ook niet kunnen volstaan met verwijzing naar de tegenwerping van artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag en zal in het te nemen besluit op bezwaar bij zijn belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM rekening moeten houden met het feit dat niet volgens de (strengere) strafrechtelijke bewijsregels is komen vast te staan dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten misdrijven en zich een zelfstandig oordeel moeten vormen over de aard en ernst van deze misdrijven.
Rechters
Advocaten
- J.M. Walls
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
