ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3700
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-12-2007 · zaaknummer awb 07/1585
Inhoudsindicatie
Art. 3 Wet Div.bel., art. 3:35, 7:900 BW, art. 19, 67f AWR. Dividendbelasting. Vaststellingsovereenkomst. Eiseres heeft de vaststelling redelijkerwijs niet anders kunnen opvatten. Boete. Eiseres heeft niet dermate lichtvaardig gehandeld dat sprake is van grove schuld. Directeur/enig aandeelhouder X. van eiseres, X. BV, heeft een schuld in rekening courant die ultimo 2001 € 341.347 bedraagt. Eiseres, X. en verweerder sluiten een vaststellingsovereenkomst waarin is bepaald dat X. zijn schuld aan eiseres in tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2002, zal aflossen, dat de jaarlijkse aflossing minimaal € 20.000 bedraagt, dat X. aan eiseres rente over de schuld zal betalen en dat, indien ultimo enig jaar een schuld bestaat die strijdig is met het overeengekomene, “het afwijkende gedeelte op genoemd tijdstip als netto winstuitdeling [zal worden] aangemerkt (...), [van welke winstuitdeling] eiseres (…) aangifte voor de dividendbelasting (gebruteerd)” zal doen. Aan het eind van 2004 is de schuld € 51.079 lager dan op 31 december 2001. De schuld van X. aan eiseres is in 2004 met € 6.317 opgelopen. De over 2004 door X. aan eiseres verschuldigde rente bedraagt € 4.535. Verweerder legt eiseres een naheffingsaanslag dividendbelasting op van 25% van 35.089 ( 100/75 x (€ 20.000 + € 6.317 =) 26.317) plus 25% van € 4.535, oftewel in totaal € 9.905. Tevens legt hij een vergrijpboete van 25% op. In geschil is een gedeelte van de naheffingsaanslag en de gehele boete. De naheffing over de rente ad € 4.535 is niet in geschil. Eiseres stelt zich op het standpunt dat van het bedrag van € 35.089 een gedeelte, groot € 23.194 niet in de naheffing kan worden betrokken. Volgens haar kan verweerder uitsluitend het verschil tussen de verplichte aflossing over 2002 t.e.m. 2004 (3 x € 20.000 = € 60.000) en het in die periode per saldo afgeloste bedrag van € 51.079 als netto uitdeling in aanmerking nemen. Na brutering bedraagt de aldus berekende uitdeling € 11.895. Voorts bestrijdt eiseres de boete; haar kan ter zake van de niet-betaling van dividendbelasting geen verwijt worden gemaakt. Rechtbank ’s-Gravenhage overweegt dat de in de vaststellingsovereenkomst tot stand gebrachte vaststelling inhoudt X. elk jaar tenminste € 20.000 aflost. Eiseres heeft de vaststelling redelijkerwijs niet kunnen opvatten als ertoe strekkende dat hetgeen X. in enig jaar meer aflost dan € 20.000 bij de bepaling of in een ander jaar een aflossing van tenminste € 20.000 heeft plaatsgevonden, als een aflossing in dat andere jaar kan worden aangemerkt. Nu de schuld van X. in 2004 € 6.137 hoger is geworden, heeft verweerder terecht een netto uitdeling van € 26.137 aangenomen. De naheffingsaanslag is tot het juiste bedrag opgelegd. De rechtbank vernietigt de boetebeschikking omdat eiseres, door uit te gaan van haar interpretatie van de vaststellingsovereenkomst, niet dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat haar grove schuld kan worden verweten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
