ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3300
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-12-2007 · zaaknummer AWB 07/38524
Inhoudsindicatie
Herzieningsverzoek / voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de ongewenstverklaring / 3 EVRM / Afghanistan / Taliban / motivering Verzoeker heeft de Afghaanse nationaliteit. De voorzieningenrechter stelt ter zake van de tegenwerping van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag in de asielprocedure vast, dat in de uitspraak van 6 februari 2004 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is geoordeeld dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat verzoeker geen bescherming van het verdrag toekomt en verzoeker terecht geen verblijfsvergunning is verleend op grond van artikel 29 Vw. Doorbreking van de formele rechtskracht van dat bindende oordeel is slechts mogelijk indien er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (nova) die een hernieuwde rechterlijke beoordeling rechtvaardigen. Herziening van de uitspraak van 6 februari 2004 kan alleen aan de orde komen als aan de formele voorwaarden van artikel 8:88 Awb is voldaan. Daargelaten of de door eiser als nova gepresenteerde stukken als zodanig kunnen worden aangemerkt dan wel een herzieningsverzoek rechtvaardigen, naar voorlopig oordeel nopen die stukken, gelet op de inhoud ervan, niet tot een ander oordeel over de tegenwerping van artikel 1(F) Vlv. Voorts vreest verzoeker bij terugkeer onder meer voor de Taliban. Weliswaar is de Taliban op dit moment niet meer aan de macht in Afghanistan, maar verweerder heeft niet weersproken de door verzoeker al in zijn zienswijze van 9 april 2007 betrokken stelling dat de Taliban op dit moment overal actief zijn en niet gesteld kan worden dat de regering Karzai op dit moment voldoende bescherming kan bieden. Gelet hierop en tegen de achtergrond van verzoekers asielrelaas, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder tot dusver niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom verzoeker niet (meer) in een zodanig negatieve belangstelling van de Taliban staat dat er een reëel risico bestaat dat hij bij terugkeer naar Afghanistan door hen zal worden behandeld op een wijze die in strijd is met artikel 3 EVRM. Voorlopige voorziening wordt getroffen.
Rechters
Advocaten
- A.C.M. de Haan
- F.W. Verbaas
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
