Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2226

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-12-2007 · zaaknummer AWB 07/45926

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Overbrenging van strafrechtelijke detentie naar vreemdelingenrechtelijke bewaring / staandehouding voorafgaande aan ophouding Eiser is op 6 december 2007 om 21.15 uur uit het strafrecht heengezonden. Eerst op 7 december 2007 om 10.10 uur is eiser aangekomen bij de vreemdelingendienst en aldaar opgehouden. Verweerder heeft betoogd dat de lange duur van de overbrenging is te verklaren doordat eiser de voor de nachtrust bestemde uren heeft doorgebracht in het cellencomplex Noord-West, hetgeen een locatie is die hiertoe is uitgerust. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het tijdstip van strafrechtelijke heenzending, te weten om 21.15 uur, deze uitleg niet onlogisch voorkomt. De rechtbank overweegt voorts dat eiser door deze handelwijze niet in zijn belangen is geschaad. De ophouding ingevolge artikel 50, derde lid, van de Vw 2000, mag niet langer dan zes uren duren, met dien verstande dat de uren tussen middernacht en negen uur voormiddags niet worden meegerekend. Indien eiser direct na het strafrechtelijk voortraject te zijn heengezonden om 21.15 uur zou zijn opgehouden, dan zou eiser uiterlijk op 7 december 2007 om 12.15 uur in bewaring dienen te worden gesteld om binnen de maximale termijn van zes uur oponthoud te blijven. De rechtbank merkt op dat eiser op 7 december 2007 reeds om 10.30 uur in bewaring is gesteld. Gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat eiser de nachtelijke uren in een daartoe uitgeruste inrichting diende te spenderen, acht de rechtbank de lange duur van de overbrenging niet onrechtmatig. Evenmin maakt het feit dat eiser niet (voorafgaande aan de ophouding) is staande gehouden de bewaring onrechtmatig. Immers, uit de opbouw van artikel 50 van de Vw 2000 volgt dat een vreemdeling die niet rechtens van zijn vrijheid is beroofd, niet in oponthoud kan worden genomen als bedoeld in het tweede of derde lid. Nu vaststaat dat eiser in het kader van het strafrecht reeds van zijn vrijheid was ontnomen en niet in geding is dat er ten aanzien van eiser een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, valt niet in te zien welk redelijk doel gediend zou kunnen worden met een voorafgaande staandehouding als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Vw 2000.

Rechters

Advocaten

  • F.X. Cozijn
  • I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
  • P.S.J. Nuijten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.