Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2225

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-12-2007 · zaaknummer AWB 07/44485

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / onvoldoende voortvarend handelen / opstarten lp-traject De bewaring is een maatregel gericht op uitzetting van de vreemdeling. Naar vast beleid van verweerder (hoofdstuk A6/1 van de Vreemdelingencirculaire 2000) dient de maatregel tot het strikt noodzakelijke beperkt te blijven. Dit houdt in dat verweerder zo spoedig mogelijk na de inbewaringstelling een concreet traject dient te hebben opgestart gericht op de uitzetting van de vreemdeling. Eiser is op 27 oktober 2007 in bewaring gesteld. Verweerder heeft op 20 november 2007 – 23 dagen na de inbewaringstelling – een lp-aanvraag ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten. Bij de vraag of verweerder met betrekking tot het opstarten van het traject Marokko voldoende voortvarend heeft gehandeld, dient de rechtbank de individuele feiten en omstandigheden van het geval te betrekken (o.m. AbRS 8 november 2007, 200706730/1). Op 27 oktober 2007 is een zogenaamd identiteitsgehoor afgenomen. Eerst 11 dagen later heeft de regievoerder een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Desgevraagd heeft verweerder ter zitting niet kunnen verklaren waarom het vertrekgesprek niet op een eerder moment heeft kunnen plaatsvinden. De enkele mededeling dat met de overplaatsing van eiser naar een justitiële inrichting en de overdracht van het dossier aan de regievoerder enige tijd is gemoeid, is daartoe onvoldoende. Na het op 12 november 2007 verzenden van de lp-set aan de lp-kamer heeft het vervolgens acht dagen geduurd voordat de lp-aanvraag is ingediend. Desgevraagd heeft verweerder niet kunnen verklaren waarom het versturen van de lp-set vier dagen heeft geduurd, noch waarom de lp-kamer een periode van acht dagen nodig had om de lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten in te dienen. Dat eiser de lp-aanvraag niet zelf heeft ingevuld acht de rechtbank, zonder nadere motivering, daartoe in ieder geval onvoldoende. Nu ter zitting voorts niet is gesteld noch anderszins is gebleken dat het tijdsverloop (mede) is te wijten aan omstandigheden die in de sfeer van eiser liggen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak onvoldoende voortvarend heeft gehandeld door eerst op 20 november 2007 een lp-aanvraag in te dienen.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.