Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1902

Rechtbank 's-Gravenhage · 18-12-2007 · zaaknummer AWB 07/43008, 07/40591

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Toewijzing vovo / ongewenstverklaring / 1F / Afghanistan Khad/Wad / concrete aanknopingspunten voor twijfel aan juistheid deelambtsbericht Verzoeker is bij beschikking van 15 oktober 1996 toegelaten als vluchteling. Bij brief van 13 november 2001 is verzoeker kenbaar gemaakt dat in zijn dossier een onderzoek naar de toepasbaarheid van artikel 1 (F) van het vluchtelingenverdrag was opgestart. Bij besluit van 11 september 2007 is de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken. Tevens is verzoeker ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000. Gelet op de informatie uit het deelambtsbericht 29 februari 2000 inzake Afghanistan is volgens verweerder tegenwerping van artikel 1 (F) aan verzoeker gerechtvaardigd. Door verzoeker is gewezen op de brief van 5 augustus 2007 van de voorzitter van het Afghaanse parlement, M.Y. Qanooni. Tevens heeft de UNHCR op 14 november 2007 een brief gezonden aan de minister van Justitie waarin kritiek wordt geleverd op het ambtsbericht van februari 2000. Op 15 maart 2007 en 22 juni 2007 heeft een Afghaanse parlementaire delegatie gesproken met de voorzitter van de TK. Verweerder komt begin 2008 met een notitie over de zogenoemde 1F-ers. Ten slotte heeft deze rechtbank, nevenzittingsplaats te Amsterdam, verzocht of de minister van Buitenlandse zaken de geciteerde vaststellingen handhaaft in het licht van de thans bekende informatie over de Afghaanse veiligheidsdiensten in de periode 1978-1992 en de thans betere onderzoeksmogelijkheden. Nu verweerder voor de grondslag van de ongewenstverklaring in feite louter heeft verwezen naar het algemeen ambtsbericht van 29 februari 2000, waarop inmiddels van diverse kanten tamelijk fundamentele kritiek is geuit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder met betrekking tot die kritiek eveneens een goed gefundeerd standpunt zal moeten innemen alvorens op het onderhavige bezwaar te beslissen. Thans kan niet op voorhand worden gezegd dat er geen concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid en/of volledigheid van het deelambtsbericht van 29 februari 2000. Gelet op het voorgaande heeft de voorzieningenrechter de verzoeken toegewezen, zoals gevorderd. De voorzieningenrechter heeft de werking van het besluit inzake de ongewenstverklaring geschorst, zodat artikel 67, derde lid, van de Vw 2000 geen werking heeft zolang de bezwaarprocedure loopt. Tevens wordt verweerder verboden verzoeker uit te zetten gedurende de bezwaarprocedure. Ter voorkomen van onevenredig nadeel heeft de voorzieningenrechter ook de werking van het besluit inzake de intrekking van de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning geschorst. Verzoeker zal gedurende de bezwaarschriftprocedure de positie behouden als ware de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel niet ingetrokken en als ware hij niet ongewenst verklaard.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.