Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1891

Rechtbank 's-Gravenhage · 12-12-2007 · zaaknummer AWB 07/24786

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ongewenstverklaring op de b-grond / weigering verlenging verblijfsvergunning regulier / geen toetsing redenen niet verlenging in procedure ongewenstverklaring / wijziging Vb 2000 eerst in beroep aangevoerd Verweerder heeft een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking “arbeid in loondienst na zeven jaar off-shore” afgewezen en eiser ongewenst verklaard op de b-grond van artikel 67. De rechtbank heeft het beroep gericht tegen de afwijzing eerder niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor wat betreft de ongewenstverklaring gegrond verklaard. Verweerder verklaart het bezwaar opnieuw ongegrond. Anders dan eiser stelt volgt uit de wet en de Afdelingsjurisprudentie dat, indien het besluit tot ongewenstverklaring is gebaseerd op artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000, de redenen die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan - in dit geval - de weigering de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning te verlengen, niet aan de orde kunnen worden gesteld bij de beoordeling van het besluit tot ongewenstverklaring. Het feit dat in het beleid is opgenomen dat het rechtmatig verblijf moet zijn beëindigd leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat, nu het Besluit van 14 mei 2007, houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met verblijf van werknemers, werkzaam op Noordzee-installaties (Staatsblad 2007, nr 177), waar eiser een beroep op heeft gedaan, dateert van voor het bestreden besluit, eiser dit in de besluitvormingfase had moeten inbrengen. Er bestaat geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat een grond die in bezwaar kon worden aangevoerd maar eerst in beroep wordt aangevoerd, reeds om die reden buiten de beoordeling van het beroep dient te worden gelaten. Het KB is in werking getreden op 1 juni 2007, vóór het bestreden besluit. Verweerder betoogt echter terecht dat de daarin neergelegde regeling niet rechtstreeks van toepassing is op eiser en uit de regeling niet kan worden afgeleid dat deze terugwerkende kracht heeft. Dat verweerder het KB niet bij het besluit heeft betrokken leidt daarom niet tot het oordeel dat het besluit onvoldoende is voorbereid dan wel ondeugdelijk is gemotiveerd.

Advocaten

  • M. Tjebbes

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.