ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1047
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-12-2007 · zaaknummer AWB 07/14282, 07/14824, 07/14825
Inhoudsindicatie
Verstrekkingen / rechtmatig verblijf / gedoogd verblijf De bijstandsuitkering krachtens de WWB is met ingang van 1 januari 2007 beëindigd. In plaats daarvan wordt aan rechtmatig in Nederland verblijvende doch niet tot Nederland toegelaten kinderen een toelage verstrekt krachtens de Rvb. Dit blijkt uit de toelichting op de Wijziging van de Rvb, waarin onder meer het volgende is opgenomen: “De reden voor deze uitbreiding van de kring van Rvb-rechthebbenden is gelegen in de uitspraak van 24 januari 2006 van de CRvB.” Eisers hebben ter zitting het standpunt ingenomen dat zij in Nederland worden gedoogd en dat het in de voormelde uitspraak van de CRvB gehanteerde begrip rechtmatig verblijf niet zodanig beperkt dient te worden uitgelegd dat daarmee slechts wordt bedoeld rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f, g, of h, van de Vw 2000. De rechtbank begrijpt deze beroepsgrond aldus, dat bij de toepassing van de Rvb het begrip rechtmatig verblijf dient te worden uitgebreid tot niet rechtmatig in Nederland verblijvende kinderen, die hier wel worden gedoogd. De rechtbank leidt uit de uitspraak van de CRvB af dat rechtmatig in Nederland verblijvende kinderen aan wie de toegang is geweigerd, ook als zij niet vallen onder de in artikel 11 tweede en derde lid van de WWB genoemde categorieën vreemdelingen, recht hebben op de in artikel 16, eerste lid, van de WWB genoemde bijstand. In tegenstelling tot hetgeen eisers aanvoeren kan hieruit niet worden afgeleid dat dat ook geldt voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende kinderen. Gezien de verwijzing in artikel 11, tweede en derde lid van de WWB naar artikel 8 van de Vw 2000, kan niet worden aangenomen dat het begrip rechtmatig verblijf in Nederland, zoals dat is gehanteerd door de CRvB, ook omvat niet rechtmatig, maar wel gedoogd verblijf in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat ook bij de toepassing van de Rvb geen grond bestaat voor een uitbreiding van het begrip rechtmatig verblijf tot niet rechtmatig, maar wel gedoogd verblijf in Nederland. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de artikelen 3 en 27 van het IVRK geen normen bevatten die vatbaar zijn voor rechtstreekse toepassing door de rechter. Derhalve verwerpt de rechtbank het standpunt van eisers dat aan hen op grond van de artikelen 3 en 27 van het IVRK een toelage krachtens de Rvb dient te worden toegekend.
Rechters
Advocaten
- I. PROCESVERLOOP
- R.J. Hamerslag
- S.R. Fernhout
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
