Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1009

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-11-2007 · zaaknummer AWB 07/14186

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Visum voor kort verblijf / herhaalde aanvraag / motiveringsbeginsel / hoorplicht Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om verlening van een visum voor kort verblijf afgewezen. De rechtbank stelt allereerst vast dat sprake is van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb, nu de aanvraag berust op dezelfde rechtsgrondslag als de aanvraag van 11 maart 2004, waarop bij besluit van 18 juni 2004 onherroepelijk is beslist. Daaraan doet niet af dat de aanvraag betrekking heeft op een andere periode, omdat dit onlosmakelijk verbonden is met de aard van de aanvraag voor een visum kort verblijf. Verweerder heeft de twijfels ten aanzien van de echtheid van de thans overgelegde arbeidsovereenkomst niet aannemelijk gemaakt. Het verschil in het inkomen van referent is, gelet op de hoogte daarvan, naar het oordeel van de rechtbank dan ook aan te merken als een nieuw feit in de zin van artikel 4:6, eerste lid, Awb. Verweerder heeft in de bestreden beschikking, door bespreking van het vestigingsgevaar, een geheel nieuwe grondslag voor afwijzing van de aanvraag aangedragen. Mede op grond hiervan heeft verweerder eiseres ten onrechte niet gehoord in bezwaar. Gelet op de overgelegde arbeidsovereenkomst en loonstroken had verweerder voorts niet zonder nadere motivering dan wel nader onderzoek kunnen concluderen dat referent over onvoldoende middelen beschikt. De rechtbank overweegt verder dat verweerder op basis van de door de vreemdeling aangedragen gegevens dient te beoordelen of er sprake is van vestigingsgevaar, zodat de bewijslast van de aanwezigheid van voldoende binding met het land van herkomst in eerste instantie op eiseres rust. Verweerder heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom er in dit concrete geval gegronde vrees bestaat voor een niet tijdige terugkeer naar China. Strijd met motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb en hoorplicht, neergelegd in de artikelen 7:2 en 7:3 Awb.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.