Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0709

Rechtbank 's-Gravenhage · 20-08-2007 · zaaknummer AWB 06/34322, 06/34321

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Traumatabeleid / zeer jonge leeftijd Eiseressen hebben de Rwandese nationaliteit. De rechtbank is van oordeel dat de weigering van verweerder om eiseressen een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder sub c, Vw, te verlenen, op een ontoereikende motivering berust. Verweerder acht het asielrelaas van eiseressen geloofwaardig en betwist niet dat de gewelddadige dood van hun ouders voor eiseressen traumatisch is. Verweerder stelt zich evenwel op het standpunt dat er geen causaal verband is tussen de dood van de ouders en zus en het vertrek van eiseressen uit hun land van herkomst. Zij hebben omtrent de reden van vertrek uit Rwanda verklaard dat zij het land van herkomst hebben verlaten vanwege de omstandigheid dat Maman G. niet wilde dat eiseressen in Rwanda woonden. Uit de verklaringen van eiseressen valt niet af te leiden dat het vertrek naar Uganda te maken zou hebben met de dood van hun ouders en zus. Uit de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) blijkt volgens verweerder dat enkel de jonge leeftijd van de vreemdeling onvoldoende is om af te wijken van de termijn van 6 maanden. De intenties van de vreemdeling om het land te verlaten zijn doorslaggevend. De rechtbank is met eiseressen van oordeel dat het onmogelijk is om te beoordelen wat hun intenties waren nadat zij geconfronteerd zijn geweest met de gewelddadige dood van hun ouders en zus. Eiseressen waren als driejarigen immers volstrekt afhankelijk van de volwassenen die zich als hun verzorger opwierpen. Indien eiseressen op die zeer jonge leeftijd al een intentie zou kunnen worden toegedicht, kan, gelet op de behoefte van kinderen aan veiligheid, bezwaarlijk worden aangenomen dat zij, na met de gevolgen van de genocide geconfronteerd te zijn geweest, in Rwanda wilden blijven. Ook de rapporten van nader gehoor bieden geen aanknopingspunten om aan te nemen dat eiseressen destijds hun land niet wilden verlaten. Voorts is uit hun verklaringen af te leiden dat ook Maman G. de intentie had om hen uit Rwanda mee te nemen naar Uganda, maar dat niet kon vanwege haar eigen problemen (bl. 6 nader gehoor eiseres sub 1). Eiseressen hadden mitsdien geen andere keus. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder niet zonder meer kunnen concluderen dat het vertrek van eiseressen uit Rwanda geen verband houdt met de gewelddadige dood van hun ouders.

Rechters

Advocaten

  • C.M. Lindeboom
  • V.V. Essenburg

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.