ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0672
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-09-2007 · zaaknummer AWB 06/57701
Inhoudsindicatie
Realiteitsgehalte vermoedens Eiser heeft de Rwandese nationaliteit. Eiser vreest te worden vervolgd vanwege onder andere zijn werkzaamheden bij het International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR). Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser op geen van de door hem aangedragen punten afzonderlijk dan wel cumulatief concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan aannemelijk is geworden dat hij persoonlijk de bijzondere negatieve aandacht heeft van de Rwandese autoriteiten. Gelet hierop heeft verweerder in redelijkheid kunnen stellen dat de aan de feiten ontleende vermoedens van vrees voor vervolging door de Rwandese autoriteiten ongeloofwaardig zijn. Uitgaande van de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser heeft verweerder terecht geoordeeld dat eiser niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Gezien het bovenstaande is evenmin aannemelijk dat eiser bij terugkeer aldaar een reëel risico loopt te worden onderworpen aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- A.M. van Eik
- C.R. Vink
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
