Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0029

Rechtbank 's-Gravenhage · 07-12-2007 · zaaknummer 297765 / HA RK 07-1175

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek ter terechtzitting. De raadsman van verzoeker heeft aangegeven dat hij inhoudelijk van mening verschilde met de meervoudige kamer, en in het bijzonder diens voorzitter, over de vraag of in het specifieke geval van verzoeker de recidivegrond ten grondslag kan worden gelegd aan het laten voortduren van de voorlopige hechtenis. De beslissing omtrent het aanwezig achten van de recidivegrond is niet aan het oordeel van de wrakingskamer onderworpen, maar kan slechts in hoger beroep tegen de beslissing omtrent de voorlopige hechtenis aan de orde worden gesteld. Voor zover verzoeker slechts heeft willen aanvoeren dat het aanwezig achten van de recidivegrond door de gewraakte rechters in dit specifieke geval een vermoeden van partijdigheid oplevert, overweegt de rechtbank onder meer dat een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering alleen kan worden gegeven wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte. Pas als naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate vaststaat dat sprake is van ernstige bezwaren, volgt een toetsing van de gronden als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering. Een oordeel omtrent de aanwezigheid van ernstige bezwaren zal dus steeds voorafgaan aan het beoordelen van de gronden voor de voorlopige hechtenis. Dit oordeel is naar zijn aard voorlopig en loopt - omdat niet wordt getoetst aan de vraag of sprake is van wettig en overtuigend bewijs - in de regel niet vooruit op het uiteindelijke oordeel van de rechter omtrent de telastgelegde strafbare feiten. Het enkele feit dat de rechter die heeft geoordeeld over de voorlopige hechtenis betrokken is bij de einduitspraak, is onvoldoende om te concluderen tot (de schijn van) partijdigheid van deze rechter. Daarvoor dient, in het licht van de uitspraak van het EHRM van 24 augustus 1993 (NJ1993, 650), sprake te zijn van bijkomende omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is in dit geval echter niet gebleken.

Advocaten

  • F.H.H. Sijbers

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.