ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9899
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-12-2007 · zaaknummer AWB 07/4013, 07/4015
Inhoudsindicatie
Arbeid als zelfstandige / Japans Handelsverdrag Eiser heeft een aanvraag gedaan om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’. Eiser stelt dat hij op grond van het Japans Handelsverdrag (Jhv) daarvoor in aanmerking komt. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, onder meer omdat het Jhv volgens het beleid van verweerder geen werking (meer) heeft. Nu verweerder op geen enkele wijze het bestaan van dergelijk beleid heeft onderbouwd, waarbij de rechtbank uitdrukkelijk in het midden laat of de werking van internationale verdragen bij wege van nationaal beleid kan worden beëindigd of vastgesteld, kan verweerders argument reeds daarom niet tot de conclusie leiden dat eiser aan het Jhv geen verblijfsrecht kan ontlenen. Voorts blijkt volgens verweerder uit de statenpraktijk dat beide verdragspartijen geen uitvoering meer geven aan het Jhv, waaruit volgt dat het Jhv niet meer van kracht is. Voor zover er al van zou moeten worden uitgegaan dat een verdrag van rechtswege buiten werking wordt gesteld indien uit de statenpraktijk blijkt dat beide verdragspartijen geen uitvoering meer geven aan dit verdrag, hetgeen eiser gemotiveerd heeft betwist, treft het verweer geen doel. Verweerder heeft zijn standpunt namelijk op geen enkele wijze onderbouwd. Verweerder heeft voorts aangevoerd dat Nederland de verplichtingen voortvloeiend uit het Jhv niet meer kan nakomen, omdat dit strijd zou opleveren met het gemeenschapsrecht. Hierbij heeft verweerder verwezen naar het feit dat de door de Raad bij Beschikking 2001/855/EG van 15 november 2001 gegeven machtiging inmiddels is verlopen. De rechtbank volgt de door eiser gegeven uitleg aan de betekenis van voornoemde machtiging, alsmede de daaraan verbonden conclusie dat het ontbreken daarvan niet in de weg staat aan het onverkort mogen toepassen van het Jhv. Voor zover er toch van zou moeten worden uitgegaan dat toepassing van het Jhv strijd zou opleveren met het gemeenschapsrecht, dan heeft dat niet zonder meer tot gevolg dat het Jhv daarmee niet langer van kracht is, omdat daartoe een uitdrukkelijke opzegging van het verdrag door één van de partijen vereist is. Niet in geschil is dat van dat laatste geen sprake is. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- F. Mountassir
- I. PROCESVERLOOP
- S.H.J. Roelofs
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
