Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8567

Rechtbank 's-Gravenhage · 31-07-2007 · zaaknummer 06-3663

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Inkomstenbelasting - Winst. Goedkoopmansgebruik. Geen afschrijving op pand voorzover aanschaffingskosten ten gevolge van optierechten in stand blijven. Artikel 8, eerste lid, van de Wet Vpb1969; art. 3.8, 3.25 en 3.30 Wet IB 2001 Eiseres heeft een bedrijfspand verkocht en hiervoor in de plaats een nieuw pand gekocht, dat zij voor het drijven van haar onderneming gebruikt. Met betrekking tot het nieuwe pand zijn eiseres en de kinderen van A, die 90% van de aandelen in eiseres houdt, overeengekomen dat enerzijds de kinderen vanaf 18 augustus 2000 tien jaar het recht hebben om het pand te kopen voor een bedrag van € 694.284, exclusief omzetbelasting (koopoptie), en dat anderzijds eiseres het recht heeft het pand op enig moment binnen de hiervóór genoemde termijn aan de kinderen te verkopen voor hetzelfde bedrag (verkoopoptie). Eiseres heeft over het onderhavige jaar in totaal € 26.511 op panden afgeschreven; € 6.920 op het verkochte pand en € 19.591 op het aangekochte pand. In geschil is of verweerder de aftrek van € 26.511 aan afschrijvingen op onroerende zaken terecht heeft geweigerd. De rechtbank oordeelt als volgt. De fiscale winst van eiseres - voor zover hier van belang - dient te worden bepaald op de voet van de artikelen 3.8, 3.25 en 3.30 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Uitgaande van zakelijk handelende partijen diende eiseres naar het oordeel van de rechtbank bij het bepalen van haar fiscale winst over het jaar 2001 ervan uit te gaan dat binnen de hiervoor genoemde periode in ieder geval één van de partijen haar optierecht zou uitoefenen. Eiseres diende voorts ervan uit te gaan dat tengevolge van de uitoefening van één van de optierechten het nieuwe pand in ieder geval € 694.284 zou opbrengen. Hierdoor blijven de aanschaffingskosten tot aan dat bedrag in stand en lijdt eiseres geen verlies door de vermindering van de bedrijfswaarde van het pand tengevolge van het gebruik in het bedrijf. Bij de fiscale winstbepaling mogen de gevolgen van de optiecontracten met betrekking tot het pand en de waardevermindering van het pand tengevolge van het gebruik in het bedrijf niet los van elkaar worden beoordeeld. Daarbij prevaleren naar het oordeel van de rechtbank het realiteitsbeginsel en het matchingbeginsel. Eiseres is niet gerechtigd bij de berekening van de fiscale winst afschrijvingskosten over een gedeelte van het hiervoor genoemde bedrag van de aanschaffingsprijs in aftrek te brengen omdat zulks leidt tot een boekwinst van gelijke omvang als wanneer één van de partijen haar optierecht uitoefent. Eiseres heeft dus ten onrechte € 19.591 als afschrijving ter zake van het nieuwe pand op haar fiscale winst in aftrek gebracht. De afschrijving van € 6.920 op het oude pand is ten onrechte niet in aftrek toegelaten.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Belastingdienst te[P.]

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Belastingdienst te[P.]

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.