ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8136
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-09-2007 · zaaknummer AWB 07/34303
Inhoudsindicatie
Schengenvisum / toegangsweigering / zorgvuldigheid Vreemdelinge die in het bezit is van een schengenvisum wordt krachtens artikel 13 juncto 5 van de SGC de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De reden is dat zij niet in het bezit is van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van het verblijf blijken. Op de 18de dag is administratief beroep ingediend tegen de toegangsweigering en verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt verzoekster te behandelen als ware haar de toegang niet geweigerd. De zitting is op de 26ste dag. Het gemeenschapsrecht eist een effectieve rechtsbescherming, ook bij toegangsweigering. Die bescherming vraagt, gelet op het karakter van de toegangsweigering en artikel 13 van de SGC, om een snelle procedure leidend tot een oordeel over de rechtmatigheid van de toegangsweigering en een beslissing in beroep die de weigering ongedaan kan maken Er ligt in dit geval geen beslissing op het administratief beroep voor en dus ontbreekt toegang tot de rechter. Daarom dient de voorzieningenrechter de rechtmatigheidstoetsing van de eerste toegangsweigering zwaar te laten wegen, en minder zwaar de prognose op de uitkomst van het administratieve beroep. Hij zal zonodig een maatregel moeten treffen die de opheffing van de toegangsweigering benadert. Effectieve rechtsbescherming vereist dit, omdat de werking van de toegangsweigering onmiddellijk is en de gevolgen voor de geweigerde in verband met de plaats waar die wordt verricht ingrijpend zijn voor de geweigerde. Volgens artikel 7 van de SGC moest verzoekster bij de grenscontrole aan een grondige onderzoek worden onderworpen, waarbij het doel van het voorgenomen verblijf nauwgezet wordt onderzocht. De aldus vereiste zorgvuldigheid moet niet alleen beoogd illegale immigratie tegen te gaan, maar ook voorkomen dat bona fide toegangsvragers lichtvaardig worden geweigerd en onheus worden bejegend. De grenswachters hebben in dit geval die zorgvuldigheid niet betracht. Dit klemt te meer nu de Oostenrijkse autoriteiten aan verzoekster een visum hebben afgegeven. De omstandigheid dat verzoekster tijdens de asielprocedure na de toegangsweigering enigszins tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd omtrent het doel van haar reis, doet aan de onrechtmatigheid van de eerste toegangsweigering niet af. Om zoveel mogelijk een effectieve rechtsbescherming te benaderen wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Die strekt er toe dat verzoekster wordt behandeld als ware haar de toegang niet geweigerd. Immers, de voorzieningenrechter kan niet beslissen op het administratief beroep, verweerder heeft tot op heden daarop geen besluit genomen, en verzoekster heeft een spoedeisend belang in verband met de ingrijpendheid van de toegangsweigering, haar grensdetentie en de geldigheidsdata van haar ticket en visum.
Rechters
Advocaten
- W.M. Hompe
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
