ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6836
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-08-2007 · zaaknummer AWB 06/17360
Inhoudsindicatie
Geloofwaardigheid asielrelaas / realiteitsgehalte vermoedens Eiser, van Nepalese nationaliteit stelt bij terugkeer naar Nepal te vrezen voor de Maoïsten en het Nepalese leger. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser heeft kunnen toerekenen dat hij geen documenten met betrekking tot zijn identiteit en nationaliteit heeft overgelegd zodat zijn asielrelaas positieve overtuigingskracht dient te hebben. De rechtbank stelt vast dat verweerder de door eiser gestelde feiten geloofwaardig acht, maar het realiteitsgehalte van de daaraan door eiser ontleende vermoedens niet aannemelijk acht. Verweerder kan niet gevolgd worden in zijn in het bestreden besluit getrokken conclusie dat het relaas geen positieve overtuigingskracht bezit. De beoordeling van het relaas op positieve overtuigingskracht ziet immers op de vaststelling van de feiten. De overwegingen in het bestreden besluit hebben geen betrekking op de vaststelling van de feiten, maar op de vermoedens die eiser aan de feiten ontleent. Gelet hierop wordt verweerders conclusie dat eisers relaas geen positieve overtuigingskracht heeft, niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Zoals volgt uit de uitsprak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2005 (200407775/1), dient verweerder van de vermoedens die een vreemdeling ontleent aan geloofwaardig geachte feiten dan wel van de verklaringen die hij van derden heeft vernomen, het realiteitsgehalte te beoordelen in het licht van de overige verklaringen en in vergelijking met al datgene wat hij over de situatie in het land van herkomst weet uit ambtsberichten en andere objectieve bronnen en wat hij eerder heeft onderzocht en overwogen naar aanleiding van de gehoren van andere asielzoekers in een vergelijkbare situatie. De rechtbank stelt vast dat verweerder deze beoordeling niet heeft verricht ten aanzien van de verklaringen van eiser over hetgeen hij van zijn vrouw en van zijn vriend heeft gehoord, maar in het bestreden besluit heeft volstaan met de kwalificatie van deze vermoedens. Voorts wordt vastgesteld dat verweerder het vermoeden van eiser ontleent aan het feit dat hij, na zijn vrijlating door de maoïsten, zich niet heeft gemeld niet aannemelijk heeft geacht, zonder dit vermoeden te beoordelen in het licht van eisers overige verklaringen. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- M. Woudwijk
- W.A. Kleingeld
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
