ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5276
Rechtbank 's-Gravenhage · 25-07-2007 · zaaknummer AWB 06/23089
Inhoudsindicatie
Nepal / voedsel aan Maoisten / asielrelaas in redelijkheid niet ongeloofwaardig / motivering Verweerder twijfelt niet aan de verklaringen van eiser over hetgeen hij in Nepal heeft meegemaakt, maar acht niet geloofwaardig dat eiser heeft te vrezen van de autoriteiten, omdat de militairen hem slechts eenmaal op het verstrekken van voedsel aan de Maoïsten hebben aangesproken en daarna geen blijk meer hebben gegeven van een bijzondere negatieve interesse. De vraag ligt voor of verweerder in redelijkheid tot dit oordeel heeft kunnen komen. Het asielrelaas van eiser past in het beeld dat in het ambtsbericht van 29 september 2004 en in het Human Rights Watch-rapport van 1 maart 2005 wordt geschetst. Verweerder betwist in het bestreden besluit niet dat het louter verstrekken van voedsel aan Maoïsten reeds aanleiding voor de autoriteiten is geweest burgers te doden. Daarbij komt dat uit het ambtsbericht volgt dat personen die zich voor bescherming tegen de Maoïsten wenden tot de autoriteiten juist verdacht worden van het hebben van maoïstische sympathieën. Gelet op al het voorgaande en op het feit dat eiser bij de autoriteiten reeds bekend stond als persoon die de Maoïsten van voedsel voorzag, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de vrees van eiser voor de autoriteiten ongeloofwaardig is. De motivering van verweerder, dat eiser na zijn ondervraging door de autoriteiten ongemoeid is gelaten, verhoudt zich niet tot het feit dat verweerder de verklaringen van eiser omtrent hetgeen hij heeft meegemaakt in Nepal geloofwaardig acht. Eiser is immers drie á vier dagen na de ondervraging ontvoerd door de Maoïsten, heeft vervolgens drie dagen bij de Maoïsten verbleven en is daarna een week in zijn woonplaats ondergedoken voordat hij naar Pokhara vluchtte. Ook daar heeft hij slechts een week verbleven. Dat eiser in deze korte tijd, waarin hij bovendien niet (openlijk) in zijn huis aanwezig was, door de autoriteiten ongemoeid is gelaten, leidt in redelijkheid niet tot de conclusie dat de vrees voor vervolging ongeloofwaardig is. Dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn familie is benaderd door de autoriteiten gedurende de periode dat hij in Nederland verbleef, is daartoe evenmin concludent. Het bestreden besluit voldoet daarmee ook niet aan het motiveringsvereiste van 3:46 Algemene wet bestuursrecht. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
