Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3677

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-07-2007 · zaaknummer AWB 07/12834

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid beroep / fax met mededeling dient als beroepschrift te worden beschouwd Bij de rechtbank liep een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Door de gemachtigde van eiser is, binnen de beroepstermijn, een fax verzonden aan de rechtbank met de mededeling dat inmiddels beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar en met het verzoek om de voorlopige voorziening op het beroep betrekking te doen hebben. Na het verstrijken van de beroepstermijn is gebleken dat het door de gemachtige veronderstelde beroepschrift nooit is ingediend. De rechtbank overweegt dat uit de bewoordingen van de fax volgt dat deze niet bedoeld was als beroepschrift. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het feit dat een schriftelijk stuk niet als beroepschrift is bedoeld, echter niet altijd met zich dat het stuk ook niet als zodanig kan worden opgevat. Indien uit een schriftelijk stuk kenbaar is dat een belanghebbende zich niet kan verenigen met een bepaald besluit, dient dat stuk als bezwaar- of beroepschrift beschouwd te worden. De rechtbank verwijst in dit verband naar uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 17 mei 2004 (LJN: AO9586) en van de Centrale Raad van Beroep van 6 september 2002 (LJN: AE8894). Uit de in de fax opgenomen mededeling dat inmiddels beroep was ingesteld en het verzoek om de voorlopige voorziening op het beroep betrekking te doen hebben volgt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat eiser zich niet kon verenigen met de beslissing op bezwaar, dat hij in de veronderstelling leefde dit inmiddels door middel van een beroepschrift kenbaar te hebben gemaakt en dat hij voornemens was zijn vermeend ingestelde beroep voort te zetten. Nu verder sprake was van een, aan de vreemdelingenkamer van de Rechtbank ’s Gravenhage gericht schriftelijk stuk dat is ingediend door een belanghebbende bij een bepaald besluit dient de fax als beroepschrift te worden beschouwd. De omstandigheid dat de fax aan de zittingplaats Arnhem in plaats van aan het CIV is toegezonden doet aan het vorenstaande niet af. De rechtbank verwijst in dit verband naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 mei 2006 (LJN: AX7114) en de Rechtbank 's-Gravenhage, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 22 september 2005 (LJN: AU3696). Het beroep is derhalve tijdig ingesteld.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.